Dit hoofdstuk gaat in op de implementatie van de deltabeslissing Waterveiligheid (paragraaf 3.1) en de voortgang van de maatregelen uit het Deltaplan Waterveiligheid (paragraaf 3.2).

3.1Deltabeslissing Waterveiligheid

De kern van de deltabeslissing Waterveiligheid is dat de kans op overlijden door een overstroming voor iedereen achter de dijken uiterlijk in 2050 kleiner dan of gelijk is aan 1 op 100.000 per jaar (0,001%). Waar grote groepen slachtoffers kunnen vallen, de economische schade zeer groot is of vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang ligt, wordt extra bescherming geboden. De nieuwe waterveiligheidsnormen, die sinds 2017 in de wet staan, maken dat mogelijk.

3.1.1Voortgang implementatie deltabeslissing

Het werk aan de deltabeslissing Waterveiligheid ligt op schema. Circa 19% van de primaire keringen is beoordeeld op basis van de nieuwe normen en circa 10% van de dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is gebaseerd op de nieuwe normering. Met de verbeteringen die al zijn uitgevoerd en gepland zijn tot en met 2027 neemt het overstromingsrisico met ongeveer 50%* af. De dijktrajecten die de grootste risico’s vormen, krijgen voorrang in het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Solide wettelijke en financiële basis

In het Bestuursakkoord Water, de Waterwet en de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014 staan de wettelijke en financiële kaders voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. In 2019 evalueren het Rijk en de waterschappen de doeltreffendheid en de effecten van de subsidieregeling op basis van praktijkervaringen. De evaluatie start in het tweede kwartaal en het rapport is eind 2019 gereed. Het onderzoek bestaat uit twee fasen: eerst een analyse van alle verstrekte subsidies om een uitspraak te kunnen doen over de werking van de regeling en vervolgens een verdiepende analyse van minimaal vijftien projecten om het totale subsidieproces en de effecten in beeld te brengen. Begin 2020 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten en de eventuele aanpassingen aan de subsidieregeling naar aanleiding van de evaluatie.

In 2023 wordt de omvang van de veiligheidsopgave duidelijker, wanneer de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) conform de Waterwet aan de Eerste en Tweede Kamer rapporteert over de toestand van de primaire waterkeringen op basis van de landelijke beoordelingsronde. Daarna vindt een evaluatie van de afspraken uit het Bestuursakkoord Water plaats.

Beoordeling: op weg naar het eerste landelijke veiligheidsbeeld

De waterkeringbeheerders beoordelen met het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI 2017) of de primaire waterkeringen aan de wettelijke normen voldoen. Deze Eerste Landelijk Beoordelingsronde is begin 2017 gestart en erop gericht in 2023 een eerste landelijk overzicht van de veiligheid te hebben. De beoordelingen liggen op schema, maar het werken met de overstromingskansbenadering en het nieuwe beoordelingsinstrumentarium vraagt veel inzet van de beheerders. Inmiddels is van 663 kilometer primaire kering de beoordeling afgerond (medio 2019). Dat is ongeveer 19% van de primaire keringen. Keringen waarvan al bekend is dat er een grote veiligheidsopgave is, zijn als eerste beoordeeld.

De samenwerking tussen waterschappen en het ministerie van IenW (waaronder Rijkswaterstaat) loopt goed: de organisaties wisselen kennis uit en doen samen ervaring op met de overstromingskansbenadering.

Het openbare Waterveiligheidsportaal laat in een kaartbeeld de voortgang van de beoordelingen van dijktrajecten zien. Sinds eind 2018 geeft de kaart ook met een kleur het veiligheidsoordeel weer en de scope en de planning van de dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Instrumentarium voor beoordelen en ontwerpen van waterkeringen

Eind 2018 is de laatste belangrijke wijziging in het wettelijk beoordelingsinstrumentarium WBI 2017 doorgevoerd. Het instrumentarium is nu geschikt om de eerste beoordelingsronde af te ronden. De wijzigingen zijn in nauw overleg met de gebruikers tot stand gekomen. Als uit de beoordeling blijkt dat een primaire kering niet aan de norm voldoet, neemt een beheerder maatregelen. De minister stelt conform de Waterwet ook technische leidraden op voor het ontwerp, beheer en onderhoud van primaire waterkeringen. Het benutten van de leidraden door de beheerders strekt tot aanbeveling. In 2019 worden enkele artikelen uit de Technische Leidraden geactualiseerd en komt de nieuwe Handreiking Ontwerpen met overstromingskansen beschikbaar. De handreiking maakt gebruik van de praktijkervaringen en adviezen van het Kennisplatform Risicobenadering.

Het ministerie van IenW heeft samen met Deltares een methodiek ontwikkeld om meer expert- en ervaringskennis te kunnen gebruiken bij een Beoordeling op Maat. Waterkeringbeheerders en marktpartijen hebben binnen het Kennis- en Kundeplatform van STOWA meerdere manieren ontwikkeld om tot een Beoordeling op Maat te komen. De methode is in meerdere pilots bij waterschappen getest. In 2019 wordt onderzocht hoe de methode breed is toe te passen bij het beoordelen en ontwerpen van waterkeringen. Voor de doorontwikkeling van de instrumenten voor beoordelen en ontwerpen is het programma BOI* 2023 opgezet. BOI 2023 is het instrument waarmee de volgende beoordelingsronde - vanaf 2023 - wordt uitgevoerd. Dit instrument bouwt voort op de huidige instrumenten voor beoordelen (WBI 2017) en ontwerpen (ontwerpinstrumentarium OI 2014) en de bestaande Technische Leidraden en voegt nieuwe kennis en functionaliteiten toe. Daarmee sluit het nieuwe instrumentarium aan op de actuele kennis en de praktijkervaringen die gebruikers in de eerste beoordelingsronde opdoen.

Voor een doelmatige beheersing van de overstromingsrisico’s is de hele keten van beoordelen, ontwerpen, versterken, beheer en onderhoud (zorgplicht) en informatie-uitwisseling van belang. De ervaringen van de beheerders met de eerste landelijke beoordelingsronde en het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden gebruikt om de komende periode de uitvoering in de hele keten verder te optimaliseren. Op deze manier verbeteren niet alleen de instrumenten, maar ook de toepassing daarvan en het systeem als geheel. Het uitgangspunt daarbij is scherp beoordelen en reëel ontwerpen, om te komen tot doelmatige beheersing van overstromingsrisico’s.

Programma Integraal Riviermanagement

In de Rijntakken en de Maas komen verschillende grote opgaven van Rijk en regio samen. Het Rijk heeft opgaven voor waterveiligheid, scheepvaart, ecologische waterkwaliteit en natuur, zoetwatervoorziening en rivierbodembeheer. Regionale opgaven betreffen onder meer natuur, recreatie, economie en een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Ook is er een opgave voor ruimtelijke adaptatie. De opgaven betreffen zowel de hoogwatersituatie als de laagwatersituatie. Door klimaatontwikkeling (hogere afvoeren en langere droge perioden) en erosie van het zomerbed worden sommige opgaven groter en komen er nieuwe opgaven bij.

De minister van IenW heeft daarom in 2018 het voornemen uitgesproken om samen met de overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties in het rivierengebied een programma voor Integraal Riviermanagement op te zetten (IRM). Op 4 juli 2019 heeft de minister hierover met bestuurders van zowel Deltaprogrammaregio Rijn als Maas gezamenlijke afspraken gemaakt en opdracht gegeven voor het starten van het programma Integraal Riviermanagement. Om deze opdracht uit te voeren wordt een stuurgroep Integraal Riviermanagement (IRM) ingericht. In deze stuurgroep nemen vertegenwoordigers van zowel Rijk als regio en staf deltacommissaris plaats.

De overheden zijn het erover eens dat het belangrijk is de rivier als één systeem te zien en de opgaven integraal te benaderen. Waterveiligheid zien ze als randvoorwaarde voor andere opgaven, waarbij rivierverruiming en inrichting mogelijkheden bieden om verschillende opgaven voor het riviersysteem te verbinden. De stuurgroep IRM heeft de opdracht gekregen om in drie sporen invulling te geven aan het op een meer integrale wijze naar de toekomst van het rivierengebied te kijken. Deze sporen zijn:

  • Beleidsontwikkeling;
    In 2019 en 2020 werken de partijen aan een integrale visie op de toekomst van het rivierensysteem. Ook worden enkele beleidskeuzes voorbereid. Daarmee geven zij ook invulling aan de herijking van de voorkeursstrategie voor de Rijn en de Maas. Het streven is dat de beleidskeuzen in 2021 worden vastgelegd in een beleidskader.
  • Ontwikkelen werkwijze;
    In 2018 hebben de partijen geïnventariseerd welke opgaven relevant zijn voor IRM. Daarnaast geven de overheden verder inhoud aan de integrale benadering door binnen het programma IRM een gezamenlijk afwegingskader op te stellen om tot een keuze te komen voor aan te pakken opgaven.
  • Voorbereiden besluitvorming uitvoering;
    Projecten die volgen voor de uitvoering van IRM kunnen in het Deltaprogramma worden opgenomen, in bestaande uitvoeringsprogramma’s en mogelijk deels in een nieuw IRM-uitvoeringsprogramma.

In september 2019 komt de uitvoering van de opdracht en zal de stuurgroep voor het eerst bij elkaar komen.

In het Deltafonds is een bedrag van € 375 miljoen gereserveerd voor IRM-projecten in de periode 2029-2031 en daarna € 80 miljoen per jaar vanaf 2032. Ook zijn er middelen uit het budget voor de Programmatische Aanpak Grote Wateren (zie kader). In aanvulling daarop wordt financiering gezocht uit andere middelen van het Rijk en de regio, in overeenstemming met de doelen waar IRM aan bijdraagt.

Voor Maas en Rijn loopt een aantal verkenningen voor rivierverruiming. De inzet is deze projecten voor 2028 uit te voeren. Voor de periode daarna maken de partijen in het kader van IRM een afweging over rivierverruiming en andere maatregelen met behulp van het ontwikkelde afwegingskader.

Programmatische Aanpak Grote Wateren

De ministers van IenW en LNV hebben in 2018 de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) gestart. Daarmee willen ze tot en met 2050 in samenspraak met de regio 33 inrichtingsmaatregelen uitvoeren die nodig zijn voor toekomstbestendige grote wateren met hoogwaardige natuur die goed samengaat met een krachtige economie. Het gaat om maatregelen in de Zuidwestelijke Delta, het IJsselmeergebied, de Eems-Dollard, de Waddenzee en de rivieren Rijn en Maas. Deze maatregelen worden niet allemaal tegelijk uitgevoerd. Met 95 miljoen uit het regeerakkoord is in 2018 voor enkele maatregelen in Grevelingen, IJsselmeergebied en Eems-Dollard een start gemaakt. Voor de periode tot en met 2032 heeft het kabinet € 248 miljoen beschikbaar. De regio stelt daarvoor ook een nog nader te concretiseren budget beschikbaar. Het kabinet heeft een pakket van 14 maatregelen in beeld, kosten circa € 580 miljoen. Dat pakket bevat ook maatregelen gericht op het vergroten van het laag-dynamisch riviermilieu (bijvoorbeeld moerasgebieden) en het bestrijden van de structurele erosie van het zomerbed en de verdroging van het winterbed. Deze maatregelen voor de rivieren worden in 2019 met de regio afgestemd binnen de programma’s IRM en PAGW. Eind 2019 is bekend hoeveel budget van rijk en regio beschikbaar is en welke maatregelen in welk programma worden opgepakt. Op basis hiervan besluiten de ministers over de inzet van de gereserveerde 248 miljoen voor PAGW. Waar nodig en mogelijk wordt de uitvoering van PAGW-maatregelen afgestemd met het reeds lopende Verbeterprogramma Kaderrichtlijn water en de Natura2000-beheerplannen.

Beleidsplatform Waterveiligheid

De afgelopen jaren is gebleken dat er behoefte is aan meer afstemming en samenwerking bij vraagstukken over het waterveiligheidsbeleid. De Stuurgroep Deltaprogramma heeft daarom eind 2018 steun uitgesproken voor de oprichting van het Beleidsplatform Waterveiligheid (BPWV). In het BPWV staat het nationale waterveiligheidsbeleid, voor de korte en lange termijn, centraal. Het doel is het nationale waterveiligheidsbeleid in wisselwerking met de regionale uitwerking en de uitvoering van concrete maatregelen verder te ontwikkelen. Ook beleidsmatige onderwerpen die voortkomen uit uitvoeringsprogramma’s als het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden geagendeerd.

Op de agenda van het BPWV staan onderwerpen over de verschillende onderdelen van het waterveiligheidsbeleid, met oog voor de raakvlakken met ruimtelijke opgaven (inpassen, meekoppelen). Voorbeelden zijn de langetermijnstrategie voor het omgaan met zeespiegelstijging, de herijking van de deltabeslissing Waterveiligheid, de evaluatie van de Waterwet in 2023, waterveiligheid in relatie tot de Nationale Omgevingsvisie, het instrumentarium voor het beoordelen en ontwerpen van waterkeringen (WBI en OI) en de nationale Kennisagenda Waterveiligheid.

 

 

Het BPWV richt zich op:

  • advisering aan de minister van IenW (de eindverantwoordelijke voor het beleid voor waterveiligheid) door de belangrijkste stakeholders, bij voorkeur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling;
  • advisering aan de deltacommissaris en de Stuurgroep Deltaprogramma, bijvoorbeeld over de samenhang tussen waterveiligheid en de andere thema’s en gebiedsgerichte voorkeursstrategieën en het jaarlijkse voorstel voor het Deltaprogramma;
  • het bevorderen van betrokkenheid bij en draagvlak voor het nationale waterveiligheidsbeleid voor de korte en lange termijn bij de partners;
  • zorgdragen voor een goede verbinding tussen beleid en kenniswereld.

Het BPWV is onderdeel van de governance van het Deltaprogramma. De voorzitter rapporteert aan de Stuurgroep Deltaprogramma en kan een dossier desgewenst ook in de Stuurgroep Water agenderen. Deelnemers van het BPWV zijn vertegenwoordigers van het ministerie van IenW, UvW, IPO en VNG en Staf deltacommissaris. Andere partners en stakeholders zijn agendalid en worden uitgenodigd als dat voor de inhoudelijke bespreking of afstemming van belang is. Agendaleden zijn onder meer vertegenwoordigers van verschillende andere departementen* en de voorzitters van regionale en thematische stuurgroepen van het Deltaprogramma.

Gevolgbeperking overstromingen

Het Deltaprogramma richt zich niet alleen op een adequate bescherming tegen overstromingen, maar ook op het beperken van schade en slachtoffers bij een overstroming. De kans op een overstroming is weliswaar heel klein, maar de gevolgen zijn zeer groot. De gevolgen zijn te beperken met slimme keuzes in de ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing. Gevolgbeperking bij overstromingen via ruimtelijke inrichting is verder uitgewerkt in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (5.1.1.).

Crisisbeheersing

Met de resultaten van het project Water en Evacuatie uit 2017 bereiden de veiligheidsregio’s zich verder voor op overstromingen. Het programma WAVE2020 (Watercrisisbeheersing Veiligheidsregio’s) heeft als doel de crisisbeheersing bij overstromingen te verbeteren en de inspanningen daarvoor van de 25 veiligheidsregio’s te coördineren. De meeste impactanalyses zijn in 2019 afgerond. Op basis hiervan worden per gebied handelingsperspectieven gedefinieerd, zoals preventief evacueren of schuilen. Het opstellen van de impactanalyses en de handelingsperspectieven door de afzonderlijke veiligheidsregio’s en hun partners vraagt meer tijd dan gepland. Ook wordt steeds duidelijker dat de gevolgen van een overstroming op knooppunten van economische activiteiten, vitale infrastructuur of woonconcentraties tot een landelijke crisis (kunnen) leiden. Dat betekent dat veiligheidsregio’s zich ook moeten voorbereiden op continuïteit van de samenleving bij een overstroming die niet het eigen verzorgingsgebied treft.

Het programma WAVE2020 brengt de resultaten van de impactanalyses en de strategieën voor handelingsperspectieven samen in één landelijk beeld, als basis voor een nieuw crisisplan van alle overheden voor het beheersen van de gevolgen van een overstroming. Dit plan komt de komende jaren tot stand. Hierbij zijn verschillende handreikingen behulpzaam. De handreiking ‘Verplaatsen mens, dier en goederen’ komt in 2019 beschikbaar voor regionale en landelijke evacuatieplannen. Andere handreikingen gaan over ‘redden’ en ‘herstel en continuïteit samenleving’. Verder werkt het programma aan betere informatie-uitwisseling tussen de diverse verantwoordelijke organisaties, zodat deze tijdens een crisis en in de preparatiefase over dezelfde informatie beschikken. De Stuurgroep Management Watercrises en Overstromingen (SMWO) is de opdrachtgever voor het programma WAVE2020; veiligheidsregio’s, waterschappen, Rijkswaterstaat en de betrokken ministeries werken in het programma samen.

Op 4 april 2019 vond het symposium ‘Als de Randstad overstroomt, bestuurders aan het roer’ plaats. Het symposium is onderdeel van de continue voorbereiding op de coördinatie bij een (dreigende) overstroming en het beperken van de gevolgen van een overstroming. Bij een watercrisis staan bestuurders samen aan het roer. Het is belangrijk dat alle partijen elkaar dan goed weten te vinden. Tijdens het symposium hebben de betrokken bestuurders de gezamenlijke intentieverklaring Crisisbeheersing overstromingen Randstad getekend.

De kern van de intentieverklaring is dat waterschappen 1) de waterbewustwording versterken en in hun handelen rekening houden met de kansen en bedreigingen van het water, 2) samenwerken aan impactanalyses en handelingsperspectieven om bij een (dreigende) overstroming van de Randstad zo effectief mogelijk te kunnen optreden en 3) de integraliteit van de afstemming tussen de regionale en de landelijke aanpak voor het bestrijden van watercrises verbeteren. Hiermee onderschrijven de bestuurders de samenwerking en de aanpak van meerlaagsveiligheid zoals geïnitieerd in het Deltaprogramma.

Audit zorgplicht

Het toezicht op de primaire waterkeringen is sinds januari 2014 belegd bij de minister van IenW. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) voert dit toezicht uit. In 2017 en 2018 heeft de ILT alle waterschappen en Rijkswaterstaat geïnspecteerd om een beeld te krijgen van de inrichting en de uitvoering van de zorgplicht van deze beheerders voor de primaire waterkeringen. De ILT zal de uitkomsten van deze inspectie in het najaar van 2019 aan de minister aanbieden.

3.1.2Mogelijke aanpassing deltabeslissing

DP2021 zal voorstellen bevatten voor de herijking van de deltabeslissingen en regionale voorkeursstrategieën. Het voorliggende DP2020 brengt als eerste stap de mogelijke aanpassingen in beeld. Hoofstuk 2 geeft een beschrijving van dit proces.

Het doel van de deltabeslissing Waterveiligheid is dat de primaire waterkeringen in 2050 aan de norm voldoen. Een aantal onderliggende doelen is inmiddels bereikt: de nieuwe normen op basis van de risicobenadering zijn in de wet verankerd (2017), het bijbehorende wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017) is gereed, de eerste landelijke beoordelingsronde op basis van de nieuwe normen loopt en de doorontwikkeling van het beoordelings- en ontwerpinstrumentarium (BOI 2023) is in gang gezet. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma bevat de programmering van dijkversterkingen tot en met 2025, passend binnen de budgetten die jaarlijks beschikbaar zijn.

Andere onderliggende doelen staan voor de komende jaren op de agenda. Eind 2023 rapporteert de minister van IenW aan de Eerste en Tweede Kamer over de toestand van de primaire keringen op basis van de uitkomsten van de Landelijke Beoordelingsronde. Eind 2024 rapporteert de minister over de doeltreffendheid en de effecten van het nieuwe waterveiligheidsbeleid. Conform de Waterwet wordt dan ook geëvalueerd of het nodig is de normen aan te passen vanwege eventuele wezenlijke veranderingen in onderliggende aannamen.

Op dit moment is er geen reden de deltabeslissing Waterveiligheid aan te passen. De analyse van nieuwe ontwikkelingen (zie Achtergronddocument A) geeft daar geen aanleiding voor.

In lijn met het advies van de Signaalgroep wordt in 2019 een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd naar de betekenis van de woningbouwopgave voor de deltabeslissing Waterveiligheid, als onderdeel van de herijking. De resultaten komen in DP2021 te staan en vormen input voor de evaluatie van het waterveiligheidsbeleid (2024).

3.1.3 Kennis en innovatie

Om de opgave voor waterveiligheid goed en op tijd te kunnen invullen, zijn specifieke onderzoeken en innovaties voor dit thema nodig, in aanvulling op de Deltaprogramma-brede kennisontwikkeling (zie paragraaf 2.3). Deze themaspecifieke kennis komt vooral tot stand via de kennisprogrammering van het ministerie van IenW en het kennis- en innovatieprogramma van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (zie paragraaf 3.2.1), waar ook de Projectoverstijgende Verkenningen (POV's) onder vallen.

Kennisprogrammering

Sinds 1 januari 2018 werkt het ministerie van IenW aan de uitvoering van de kennisprogrammering Waterveiligheid. Het doel is kennis over waterveiligheid op het vereiste niveau te houden, als basis voor effectief en uitvoerbaar beleid. De kennisprogrammering wordt jaarlijks geactualiseerd, met inbreng van overheden, bedrijven en kennisinstituten in de waterveiligheidssector. Het programma heeft drie pijlers: Techniek, Systeem en Leefomgeving.

  • Techniek: kennis voor het optimaliseren van het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium (WBI) voor de primaire waterkeringen en het actualiseren van leidraden en technische rapporten voor de beoordeling. De kennisprogrammering voor 2019 omvat onderzoek naar faalmechanismen van primaire waterkeringen (macrostabiliteit, piping en belasting door waterstanden en golven).
  • Systeem: de huidige kennisprogrammering omvat onderzoek naar het gedrag van kustsystemen (Kustgenese 2.0) en riviersystemen (Rivers2Morrow).
  • Leefomgeving: hieronder vallen onderzoeken naar omgevingsfactoren die het waterveiligheidsbeleid beïnvloeden, zoals evacuatie en slachtofferrisico’s. De programmering omvat onderzoek naar klimaatverandering en zeespiegelstijging en wateroverlast.

In het Nationaal Kennisprogramma Water en Klimaat (NKWK) vindt overleg en afstemming plaats over onderzoekslijnen in de kennisprogrammering Waterveiligheid. Rijk en waterschappen stemmen hun kennisagenda’s af om een efficiënte inzet te waarborgen en bevorderen de praktische toepassing van de opgedane kennis.

Het Deltafonds biedt structurele financiering voor de kennisprogrammering. Dat maakt het mogelijk aan te sluiten bij langjarige programmeringen van andere partijen, zoals NWO/Toegepaste en Technische Wetenschappen.

3.2Deltaplan Waterveiligheid: maatregelen om Nederland te beschermen tegen overstromingen

Het Deltaplan Waterveiligheid omvat alle geprogrammeerde en te programmeren onderzoeken, maatregelen en voorzieningen van het Deltaprogramma op het gebied van waterveiligheid. De maatregelen worden bekostigd uit het Deltafonds en in een enkel geval uit de begroting van het ministerie van IenW. Waar van belang staan ook regionale maatregelen zonder rijksbijdrage in het Deltaplan Waterveiligheid.

De deltacommissaris brengt jaarlijks een voorstel uit voor het Deltaprogramma, met als onderdeel de deltaplannen. De deltaplannen bevatten onderzoeken, maatregelen en voorzieningen voor de waterveiligheid, ruimtelijke adaptatie en de zoetwatervoorziening in Nederland. De programmering is voor de eerste zes jaar gedetailleerd ingevuld en voor de daaropvolgende zes jaar indicatief en biedt een doorkijk naar 2050 (conform art. 4.9, vijfde lid, van de Waterwet).

Het Deltaplan Waterveiligheid, zoals hierna beschreven, bevat grafieken en tabellen over de voortgang, programmering, planning en fasering van de projecten voor waterveiligheid.

3.2.1 Uitvoeringsprogramma’s

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) komt op stoom. Veel dijkversterkingen uit het programma zijn de afgelopen jaren opgestart en komen nu in uitvoering. Een aantal projecten heeft een grotere veiligheidsopgave dan verwacht toen deze versterkingsprojecten in het programma kwamen. De alliantie houdt in de gaten hoe zich dat verder ontwikkelt. De beoordelingsronde van de dijktrajecten volgens de nieuwe normen loopt tot 2023. Daarmee ontstaat de komende jaren steeds beter zicht op de omvang van het totale programma tot 2050.

Voortrollend programma

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is een voortrollend programma met een programmering voor zes jaar en een doorkijk naar de daarop volgende zes jaar. Het doel van het programma is dat alle primaire waterkeringen in 2050 aan de norm voldoen. Daarmee heeft iedereen die in Nederland achter een primaire waterkering woont, uiterlijk in 2050 ten minste een beschermingsniveau van 1 op 100.000 per jaar (0,001%). De waterschappen en Rijkswaterstaat vormen een uitvoeringsalliantie en stellen samen de programmering op. De keringbeheerder van het betreffende dijktraject voert de dijkverbetering uit en krijgt hiervoor een subsidiebijdrage uit het HWBP van 90% van de kosten, gebaseerd op een sober en doelmatig ontwerp. De alliantie stelt ieder jaar een nieuw programmeringsvoorstel op dat voortbouwt op de programmering van het voorgaande jaar (voortrollend programmeren). De minister van IenW stelt het programma jaarlijks vast als onderdeel van het Deltaplan Waterveiligheid.

Dijkversterkingen hebben impact op de leefomgeving. Daarom worden stakeholders zo vroeg mogelijk betrokken. Medeoverheden hebben hierbij ook een formele rol, vanuit hun verantwoordelijk voor de lokale ruimtelijke ordening (gemeenten) en leefomgeving, regionale gebiedsontwikkelingen en natuur (provincies). Waterschappen stellen bij dijkversterkingsprojecten een Projectplan Waterwet vast. Het projectplan behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten van de provincies.

Gemeenten en provincies kunnen bovendien kansen voor meekoppeling met andere opgaven en ambities in het gebied benutten. Om dat te bevorderen is in DP2015 opgenomen dat de waterschappen het ontwerp Hoogwaterbeschermingsprogramma tijdens de jaarlijkse consultatie voorleggen aan de gebiedsoverleggen van het Deltaprogramma. Zo kunnen de deelnemers van de overleggen meekoppelkansen identificeren en bezien of op langere termijn kansen ontstaan voor brede gecombineerde oplossingen die een alternatief voor reguliere dijkversterkingen kunnen zijn. Vanaf 2019 worden het ontwerp programmavoorstel en het definitief programmavoorstel eerder in het jaar opgeleverd. De gebiedsoverleggen krijgen zo langer de tijd om deze kansen te identificeren. In de praktijk vindt voortdurend bestuurlijke afstemming plaats over de dijkversterkingsprojecten en de ruimtelijke ontwikkelingen die hiermee samenhangen. Het identificeren van meekoppelkansen gebeurt dan ook het hele jaar door.

Nieuwe projecten in het programma

Nieuwe projecten krijgen alleen een plaats in het HWBP op basis van toetsing aan de nieuwe norm. Het programma 2020-2025 omvat nieuwe projecten die voortkomen uit de eerste (partiële) beoordeling van waterkeringen op basis van de nieuwe normering. In totaal gaat het om 40 nieuwe projecten. Deze projecten hebben op basis van urgentie een plaats in het programma gekregen. Tot medio 2020 omvat de programmering een mix van dijkversterkingen die voortkomen uit de voorgaande toetsronde op basis van de oude normering (de verlengde derde toetsronde, maatregelen zijn veelal in uitvoering) en steeds meer dijkversterkingen op basis van de eerste beoordelingsronde met de nieuwe normering. De dijkversterkingen die voortkomen uit de toetsing aan de oude normen, worden wel gedimensioneerd volgens de nieuwe normen.

Ook uitwisselingsbijdragen aan rivierverruimingsprojecten (vermeden kosten voor dijkversterkingen) komen voortaan in de programmering te staan. Dat is dit jaar voor het eerst gedaan voor vier projecten voor een krachtig samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming (zie tabel 4).

Dijkversterking in kilometers per jaar

In 2050 moeten alle waterkeringen aan de waterveiligheidsnorm voldoen. De verbetering van 927 kilometer dijk en 468 kunstwerken is onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De komende jaren krijgt het programma verder invulling op basis van de beoordelingen.

De figuren 1 en 2 geven een prognose van de uitgevoerde versterkingen van dijken en kunstwerken. Beide figuren laten zien dat het aantal uitgevoerde verbeteringen vanaf 2023 sterk toeneemt. De alliantiepartners van het Hoogwaterbeschermingsprogramma werken aan slimme en gedragen oplossingen. Het streven is de doorlooptijd van dijkversterkingsprojecten te verkorten en de kilometerprijs te verlagen.

Het overgrote deel van de projecten binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) zit nog in de verkenning- en planuitwerkingsfase. Scope en planning van projecten zijn daardoor nog niet helemaal uitgehard. Het HWBP komt de komende jaren steeds meer in de realisatiefase. Doelstelling van het programma is om toe te groeien naar een realisatievolume van gemiddeld 50 kilometer “dijk veilig” per jaar. Het programma heeft een doorlooptijd tot 2050; de ambitie is om in dat jaar de doelstelling “alle primaire keringen in Nederland voldoen aan (nieuwe) veiligheidsnorm” gehaald te hebben.

In het huidige programma is ten opzichte van vorig jaar een bijstelling van de planning zichtbaar in jaren 2020 en 2021 als het gaat om de realisatie van ‘kilometers dijk veilig’. Dit heeft ermee te maken dat de verkenningsfase en planvormingsfase van een aantal projecten een langere doorlooptijd hebben. Deels bleken ze complexer dan gedacht, deels zijn ze samengevoegd tot grotere projecten met een langere doorlooptijd. Het anticiperen op de overgang van de oude naar de nieuwe normering zorgt er onder meer voor dat de verkenningsfasen langer zijn. De beheerders hebben in de huidige programmaronde een meer realistische planning opgenomen van de doorlooptijd van de projecten en de standaard doorlooptijden voor projectfasen losgelaten.

Het betreft een beperkte tegenvaller maar heeft de volle aandacht van de alliantie om de beheersing samen met de beheerders te versterken. Naar de huidige inzichten heeft deze vertraging geen impact op de programmadoelen. In de jaren na 2021 wordt een aantal jaar een realisatie voorzien van aanzienlijk meer dan 50 kilometer per jaar.

Het aantal gerealiseerde kilometers dijkversterking tot en met 2018 is ten opzichte van eerdere prognoses naar boven bijgesteld. Afgekeurde kilometers die na een nadere veiligheidsanalyse zonder fysieke maatregelen veilig verklaard konden worden, zijn nu meegeteld.

Staafdiagram dat per jaar de toename van de veilige dijklengte in kilometers en reeds veilige dijklengte in kilometers weergeeft.
Figuur 1 Prognose van de uitvoering van dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma in kilometers. Gegevens van de jaren 2019-2024 zijn gebaseerd op de dijk veilig verklaringen. Stand van zaken per 31 maart 2019.

Voor de prognose voor de uitvoering van verbeteringen van kunstwerken in het Hoogwaterbeschermingsprogramma is een nieuwe monitoring in ontwikkeling. Deze krijgt een plek in DP2021. Daarom is de prognose eenmalig gebaseerd op de stand van zaken per 31 december van het voorafgaande jaar.

Staafdiagram dat per jaar de toename van de veilige dijklengte in kilometers en reeds veilige dijklengte in kilometers weergeeft.
Figuur 2 Prognose van de uitvoering van verbeteringen van kunstwerken in het Hoogwaterbeschermingsprogramma in de jaren 2019-2024. Gegevens tot en met 2018 zijn gebaseerd op de realisatie op 31 december 2018.
Doorontwikkeling

Nu steeds meer projecten in de planuitwerkings- en realisatiefase komen, gaat het HWBPeen nieuwe fase in die ook nieuwe eisen aan de alliantiesamenwerking stelt. Het verandertraject ‘Doorontwikkeling Hoogwaterbeschermingsprogramma’ speelt daarop in. Het verandertraject is in 2018-2019 via zes sporen tot stand gekomen, wat geresulteerd heeft in Alliantieprincipes en het Programmaplan HWBP 2019-2023. De bestuurlijk vastgestelde Alliantieprincipes geven een nadere invulling aan de samenwerking. Het programmaplan gaat in op de inhoudelijke doorontwikkeling van het HWBP: de manier waarop de samenwerking tussen projecten en het programma vorm krijgt, de doorontwikkeling van de primaire processen van de Programmadirectie (zoals subsidieverlening) en de prioritaire thema’s en taken die de alliantie aanpakt (zoals innovatie). Op de Dijkwerkersdag op 11 april 2019 hebben alle portefeuillehouders Waterveiligheid van de waterschappen en Rijkswaterstaat de Alliantieprincipes van het HWBP ondertekend, evenals de Unie van Waterschappen.

Alliantieprincipes

De alliantiepartners werken samen op basis van deze gezamenlijke principes:

1. Best for Program: we handelen vanuit het belang van de alliantie als geheel en we werken samen aan maatschappelijk optimale oplossingen voor waterveiligheid.

2. Solidair: we dragen samen bij aan de financiering en uitvoering van de dijkversterkingen, ongeacht onze individuele belangen. We zijn gelijkwaardig en samen verantwoordelijk.

3. Rolzuiver: we vervullen verschillende rollen in het HWBP (uitvoerder, financier, toezichthouder, kadersteller) en combineren deze soms. We zijn rolzuiver in het belang dat we behartigen.

4. Transparant: we zijn open naar elkaar; als ons individuele belang botst met het collectieve belang, dan maken we dit bespreekbaar.

5. Voorspelbaar en zonder verrassingen: we maken risico's en issues vroegtijdig bespreekbaar, zodat hier op gestuurd kan worden en besluiten zorgvuldig tot stand kunnen komen.

6. Betrouwbaar: we maken heldere afspraken met elkaar en komen die na.

We werken volgens deze gezamenlijke principes en spreken elkaar indien nodig hier op aan.
We helpen elkaar waar mogelijk door onze kennis en ervaring te delen.
We dragen samen het verhaal van het HWBP uit.
We evalueren periodiek – tenminste eens per twee jaar – onze samenwerking en deze principes.

Tabel 1 Programmering maatregelen Deltaplan Waterveiligheid
Hoogwaterbeschermingsprogramma 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Begrotingsreeks Programma 2020-2033 287 447 375 514 545 591            
Nr. op kaart Projectnummer Projectnaam
201 22AR Fort Everdingen-Ameide Sluis
202 22AQ Ameide-Streefkerk
203 22W Vianen
204 25Q Grebbedijk
205 22D Neder-Betuwe
206 24AV Zuid-Beveland West, Hansweert S1
207 05C IJsseldijk Gouda (fase 2)
208 05E Verbetering IJsseldijk Gouda (VIJG) spoor 2
209 02B Waaiersluis te Gouda
210 22AW Sprok-Sterreschans (Kop van Betuwe)
211 22AI Wolferen-Sprok (incl. de Stelt)
212 22K Stad Tiel
213 22X Gorinchem-Waardenburg (GoWa)
214 22Y Tiel-Waardenburg (TiWa)
215 16M Geervliet-Hekelingen 20-3
216 16E Zettingsvloeiing V3T
217 02D Sterke Lekdijk: Wijk bij Duurstede-Amerongen
218 02F Sterke Lekdijk: Culemborgse veer-Beatrixsluis
219 02I Sterke Lekdijk: Irenesluizen-Culemborgse veer
220 22AU Sterreschans-Heteren
221 13N Ravenstein-Lith
222 24AH Zuid-Beveland West, Westerschelde S2
223 24AO Zuid-Beveland West, Westerschelde S3
224 06K Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK)
225 80K SVK Hollandse IJsselkering (schuif)
226 13K Cuijk-Ravenstein
227 02E Sterke Lekdijk: Salmsteke
228 02H Sterke Lekdijk: Klaphek-Jaarsveld
229 02G Sterke Lekdijk: Salmsteke-Schoonhoven
230 34U Zwolle-Olst
231 34M Zwolle
232 34R Keersluis Zwolle
233 34AN Vecht-Zwolle
234 34AR Vecht-Oost
235 22AT Gameren
236 34AP Vecht-Dalfsen west
237 34AK Vecht-Stenendijk Hasselt
238 80F IJmuiden
239 34O Mastenbroek IJssel
240 13H Boxmeer-Cuijk (deel)
241 24AQ Kanaal Zuid Beveland
242 24AP Zuid-Beveland Oost, Oosterschelde (2)
243 24R Zuid-Beveland Oost, Westerschelde
244 34P Mastenbroek Zwarte Meer
245 34L Genemuiden-Hasselt
246 34AL Vecht Zwartewaterland
247 34Q Mastenbroek Zwarte Water
248 28F Koehool-Lauwersmeer
249 18D Lauwersmeer/Vierhuizergat
250 28H Lauwersmeerdijk
251 27E IJsselmeerdijk
252 25K IJsseldijk Apeldoorns kanaal
253 03O Den Oever-Den Helder (vm WAB)
254 80G Vlieland
255 03V Kunstwerken
256 80L Marken
257 25L Noordelijke Randmeerdijk
258 02C Versterking voormalige C-kering HDSR
259 03E Wieringermeerkering
260 03I Noordzeekanaal (D31 t/m D37)
261 05F Kunstwerken Spaarndammerdijk
262 05G Verbetering IJsseldijk Gouda, spoor 4 (GHIJ)
263 80B Drongelens kanaal (P52)
  Versterking voormalige C-kering RWS
265 80A Sluis Bosscherveld

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

Tabel 2: Maatregelen Bestuursovereenkomst Maas
Bestuursovereenkomst Maas *3 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Nr. op kaart Projectnaam
331 Tranche 1
331 Tranche 2
331 Tranche 3
332 Baarlo
333 Venlo Velden en Blerick-Groot Boller

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

*Kern van de versnelling van de projecten binnen de bestuursovereenkomst Maas is het gecombineerd uitvoeren van verkenning, planuitwerking en realisatie van de dijkversterking. Behoudens de dijkversterkingen van Blerick, bij de oude gieterij (19C) en Steyl-Maashoek (19D) worden de dijkversterkingen nu gecombineerd uitgewerkt in één integrale verkenning. Voor realisatie zal voor ieder van de projecten een planning en een raming worden opgesteld.
Tranche 1 betreft de dijktrajecten: 60J Nieuw Bergen, 60M Belfeld, 60L Beesel en 60E Heel. De realisatiefase is gesplitst over 2020 en 2021.
Tranche 2 betreft de dijktrajecten: 60T Alexanderhaven (hiervan zijn 23A en B al volledig beschikt), 60B Steyl-Maashoek en 60K Buggenum (bedrag planuitwerking Alexanderhaven bestaat uit verkenning en planuitwerking)
Tranche 3 betreft de dijktrajecten: 60G Well, 60F Arcen en 60D Thorn. Een deel van de realisatiefase wordt ná afronding voldaan aangezien de middelen voor 2021-2023 niet toereikend zijn. De uitbetaling is momenteel gezet in de jaren ná 2024. Venlo-Velden en Groot Boller betreft de dijktrajecten: 60H Venlo-Velden en 60O Blerick Groot Boller. Er is bij Venlo en Boller sprake van systeemmaatregelen en daarmee onderdeel van het MIRT.

Tabel 3 Reservering voorfinanciering
Reservering voorfinancieringen 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Nr. op kaart Projectnummer Projectnaam
350 24AK, 24AJ, 24AR Sint Annaland/Kop van Ossenisse
351 17D Kerkhovenpolder-Duitsland
352 14A Geertruidenberg/Amertak
353 04A Spuihaven Schiedam
354 21A Rijnkade
355 21I IJsselpaviljoen
356 21F Twentekanaal-regulier deel
357 21E Industrieterrein Gruthoek
358 03R Gouwzee & Buiten IJ
359 03S Koppelstuk Markermeerdijk
360 03Y Koppelstuk Durgerdam
361 06H Stolwijkerschutsluis
362 Gemaal van Sasse
363 Maasboulevard Cuijk
364 60AE Lob van Gennep
365 21AJ DR50 Zuidkant Twentekanaal
366 21AK DR50 Kadesconstructies RIDS Zutphen
Tabel 4 Uitwisselingsbijdrage rivierverruiming-dijkversterking
Uitwisselingsbijdrage rivierverruiming-dijkversterking 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Projectnaam
MIRT Lob van Gennep
Maasoeverpark
Oeffelt
IJsselpoort
Tabel 5 Potloodprogrammering 2026-2031
Potloodprogrammering 2026-2031 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Nr. op kaart Projectnummer Projectnaam
601 06F Restopgave Hollandse IJssel
602 13S 's Hertogenbosch-Heusden
603 21AI Spijk-Westervoort
604 22BJ Everdingen-Ravenswaaij
605 22BK Heerewaardense Afsluitdijk
606 22BI Gorinchem-Sliedrecht
607 Tussen-aansluitstukken Vecht Dalfsen west
608 Tussen-aansluitstukken Vecht Zwolle
609 22BL Sliedrecht-Kinderdijk
610 13P Lith-'s-Hertogenbosch
611 24AT Sloehaven tot Buitenhaven, rest N29-3
612 14D Traject Willemstad
613 17E Kerkhovenpolder-Duitsland
614 27F IJmeerdijk-Almere Poort
615 03L Helderse zeewering
616 03Z Nieuw Diep (Den Helder)
617 3O Tussen-aansluitstukken WAB
618 21F Twentekanaal
619 24H Sloehaven tot Buitenhaven, rest N29-3
    Traject Willemstad
620 Millingen aan de Rijn
621 Ewijk (A50)-Dreumel
622 Rossum Wilhelminasluis
623 Nijmegen-Ewijk (A50)
624 Ameide-Everdingen
625 Streefkerk Ameide
626 Kinderdijk Streefkerk
627 Ravenswaai-Heteren
628 Werkendam-Wilhelminasluis
629 Kromme Nol- Hank (A27)
630 Heerewaardense Maasdijk
631 Niftrik (A50)-Molenhoek
632 Rossem-Well
633 Alphen-Niftrik (A50)
634 Polder Bern
635 Alem
636 Hank (A27)-Werkendam

Legenda: Onderzoek* Verkenning* Planuitwerking* Realisatie*

* Een integrale aanpak vraagt vaak tijd, ook om kansen voor (mede)financiering te kunnen benutten. Daarom stelt het Hoogwaterbeschermingsprogramma de zogenoemde potloodprogrammering op: een langetermijnprogrammering van waterveiligheidsprojecten in de komende zes jaar (de formele programmering) en de zes jaar daarna. Belanghebbenden zien op die manier eerder waar dijkversterkingen zullen worden uitgevoerd en kunnen vroegtijdig met de waterbeheerder in gesprek over een integrale aanpak. De programmering wordt ieder jaar opnieuw voor 12 jaar gemaakt, 6 jaar “harde” programmering en 6 jaar potloodprogrammering. Zodra projecten in de potloodprogrammering concreet genoeg zijn, kunnen ze worden opgenomen in de “harde programmering”.

Kennisontwikkeling en innovatie noodzakelijk

(Technologische) innovaties en kennisontwikkeling bij de beheerders zijn belangrijk om het doel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma te halen. Het programma stimuleert dit met Communities of Practice en het Kennis- en Innovatieproces.

Community de Dijkwerkers

Communities zijn bedoeld om samenwerking en kennisuitwisseling tussen alliantiepartners te stimuleren. Community de Dijkwerkers is de koepel van meer dan 40 communities met in totaal ruim 850 leden (Dijkwerkers). Daartoe behoren acht Communities of Practice (CoP’s) voor bepaalde groepen Dijkwerkers, zoals projectmanagers, omgevingsmanagers of concern controllers. De CoP’s organiseren samen vijftien tot twintig bijeenkomsten per jaar om kennis uit te wisselen. Momenteel worden de communities verder geprofessionaliseerd, onder meer door betere aansluiting op de programmadoelen van het HWBP. De programmadirectie van het HWBP houdt daarbij de centrale regie. De aandacht wordt gericht op het creëren van meer draagvlak. Ook worden concrete afspraken gemaakt over de taken die de verschillende deelnemers van een CoP’s op zich nemen (vrijwillig maar niet vrijblijvend). Dit versterkt de samenwerking binnen de communities en met het HWBP. Deze ontwikkeling is tijdens de stuurgroep HWBP van 20 maart 2019 goedgekeurd en wordt nu concreet ingevuld.

Kennis- en Innovatieproces

De afgelopen jaren heeft het HWBP innovaties gestimuleerd onder meer via de Projectoverstijgende Verkenningen (POV’s). Dat heeft sneller resultaat opgeleverd dan verwacht. Eind 2018 hebben innovaties al € 160 miljoen* aan besparingen op de geprogrammeerde dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma opgeleverd. Innovaties vinden sneller de weg naar daadwerkelijke toepassing in de praktijk. In het verleden (voor 2010) duurde dat minstens vijftien tot twintig jaar, terwijl een recente innovatie als de dijkstabilisator al na vijf jaar voor het eerst werd toegepast in een project, het verticaal zanddicht geotextiel na vier jaar en de grofzandbarrière binnen drie jaar. Deze eerste successen stimuleren projectorganisaties en keringbeheerders om nieuwe kennis uit POV’s toe te passen en verder te ontwikkelen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de projecten Noordelijke Randmeerdijken, Krachtige IJsseldijken in de Krimpenerwaard en Gorinchem-Waardenburg. Een innovatie rendeert pas echt als deze onderdeel van het reguliere werkproces is of als volwaardig alternatief beschouwd wordt. Het HWBP besteedt daar de komende jaren extra aandacht aan door de nieuwe kennis expliciet te delen in geprogrammeerde projecten en op de kennis- en vakdagen.

De POV’s die nu in het Hoogwaterbeschermingsprogramma staan, zijn bijna gereed. Met de nieuwe inzichten is het mogelijk de opgave beter te bepalen en de programmering van projecten te optimaliseren. De resultaten van de POV’s zijn divers. Zo heeft de Eemdijkproef forse optimalisaties (30%) opgeleverd van de benodigde sterkte en de vereiste diepte van damwanden, terwijl de onzekerheid rond vervormingen is verkleind. De proeven met ingegoten Noorse Steen leidden tot een besparing van € 25 miljoen bij de dijkversterking Eemshaven-Delfzijl. Door langjarige metingen van waterstanden en golven te benutten bleek bovendien dat deze dijk minder versterkt hoeft te worden. Een methode als ‘actuele sterkte’ heeft tot het inzicht geleid dat een aantal delen van dijktrajecten sterker is dan eerder berekend. Verschillende innovaties voor het voorkomen van piping en marco- en micro-instabiliteit zijn via de POV’s uitgeprobeerd in projecten en behoren nu tot geaccepteerde technieken, zoals het Dijkmonitoring- en conditioneringssysteem (DMC), het verticaal zanddicht geotextiel, vacuümconsolidatie, de JLD-dijkstabilisator en dijkvernageling. Een andere innovatie ter voorkoming van piping, de Grof Zand Barrière, is ver in ontwikkeling. Deze innovaties zullen helpen de opgave van het HWBP sneller en goedkoper uit te voeren.

Toepassing van nieuwe kennis en innovaties blijft onontbeerlijk om de programmadoelen voor 2050 te halen, op tijd en op een betaalbare manier. De overstromingskansbenadering biedt kansen om met nieuwe kennis en technieken de dijkversterkingen beter en goedkoper uit te voeren. Er zijn innovaties nodig om het effect van ingrijpende dijkverzwaringen voor bewoners te beperken en het cultureel erfgoed langs dijken te beschermen. De publicatie Een Dijk van een Verhaal maakt in enkele stappen inzichtelijk hoe de toegevoegde waarde van cultuurhistorie bij dijkversterkingen te benutten is. Door de lange doorlooptijd van het HWBP is er ruimte om innovaties te bedenken, nieuwe technieken te onderzoeken en uit te proberen in projecten.

Het HWBP is een lerend programma. In 2019 gaat het HWBP met een HWBP Kennis- en Innovatieagenda werken. Op basis daarvan starten nieuwe innovatieprojecten. Daarmee krijgt innovatie niet alleen via de POV’s, maar ook op andere manieren invulling. Dat is nodig om de HWBP-projecten op de afgesproken tijd en binnen het beschikbare budget af te kunnen ronden. De komende tijd geven het programmabureau en vooral ook de alliantie verdere aandacht aan (1) eenduidige borging en gebruik van ontwikkelde kennis binnen het HWBP, (2) een gericht en efficiënt kennis- en innovatieproces voor de uitvoering van dijkversterkingen en (3) vorm volgt inhoud (nieuwe kennisvragen staan centraal, daaruit volgt de meest geschikte manier om de kennis te ontwikkelen).

Tabel 6: Gestarte projectoverstijgende verkenningen en planning
Projectoverstijgende verkenning en innovaties HWBP* 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Nr. op kaart Naam POV
322 Pilot Kerkhovenpolder-Duitsland (POV-Waddenzee)
322 Eemshaven-Delftzijl-MJVM
POV-Dijkversterking Gebiedseigen Grond
POS kunstwerken
HWBP Kennis & Innovatieagenda
Reservering Innovatie

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

* Deze POV’s zijn niet aan een specifieke locatie gebonden en staan daarom niet op de kaart.

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma

Het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma bestaat voornamelijk uit projecten die voortkomen uit de eerste en tweede toetsing van de primaire waterkeringen. De laatste projecten van dit programma zijn in uitvoering. De versterking van de Markermeerdijken is begin 2019 gestart. Meer informatie is te vinden in de 15e voortgangsrapportage van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Tabel 7: Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma 2020 2021 2022 2023 2024 2025 >
Budget: totaal € 2.668 miljoen, waarvan vanaf 2020 nog € 422 miljoen.
  Hoogwaterkering Den Oever
  Houtribdijk
503 Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam
504 Waddenzeedijk Texel

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

Ruimte voor de Rivier en Zandmaas/Grensmaas

Op 22 januari 2019 is de status van ‘groot project’ voor Zandmaas/Grensmaas en Ruimte voor de Rivier beëindigd. De doelstellingen voor deze projecten zijn bereikt. Er resteert nog een kleine opgave voor de natuurdoelstelling in de Grensmaas. In april 2019 heeft de Tweede Kamer informatie ontvangen over het doelbereik van de natuurdoelstelling Grensmaas. Omdat de natuur pas jaren na oplevering van het Grensmaasproject volledig tot ontwikkeling komt, gold als tussenmijlpaal dat eind 2018 1208 hectare grond beschikbaar moest zijn voor natuurontwikkeling. Op dat moment was 1125 hectare grond beschikbaar, 83 hectare minder dan de tussenmijlpaal. Het Consortium Grensmaas blijft zich tot het eind van het Grensmaasproject inspannen om zoveel mogelijk grond voor natuur te verwerven. In maart 2019 hebben provincie Limburg en het ministerie van IenW de Uitvoeringsovereenkomst Realisatie Grensmaas met drie jaar verlengd, zodat het Consortium drie jaar langer grind kan winnen op de locatie Koeweide/Trierveld (Sittard-Geleen). Daarmee verschuift de afronding van het Grensmaasproject naar uiterlijk 31 december 2027.

Tabel 8 Maatregelen Maaswerken
Maaswerken 2020 2021 2022 2023 2024 2025 >
Budget Grensmaas: totaal € 116 miljoen, waarvan vanaf 2020 nog € 31 miljoen.
Budget Zandmaas: totaal € 400 miljoen, waarvan vanaf 2020 nog € 58 miljoen.
806 Grensmaasproject 11 locaties
807 Sluitstukkaden Waterschap Limburg
808 Sluitstukkaden Waterschap Limburg

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

WaalWeelde

In WaalWeelde werken regionale partijen, Rijk, bedrijven en burgers onder regie van de provincie Gelderland samen aan een veilige, natuurlijke en economisch sterke Waal. In 2019 worden de projecten ‘Herinrichting van de Heesseltse Uiterwaarden’ en ‘Loenensche Buitenpolder’ opgeleverd. Daarmee zijn alle negen projecten van het uitvoeringsprogramma Waalweelde in 2019 afgerond. Voor meer informatie: zie waalweelde.gelderland.nl.

Afsluitdijk

Het project Afsluitdijk bestaat uit dijkversterkingen en voorzieningen voor het vergroten van de afvoercapaciteit. Voor meer informatie: zie www.deafsluitdijk.nl.

Tabel 9: Maatregelen Afsluitdijk
Afsluitdijk 2020 2021 2022 2023 2024 2025 >
Budget: totaal € 1.613 miljoen, waarvan vanaf 2020 nog € 1.565 miljoen.
421 Afsluitdijk

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland

In 2016 is het programma Herstel Steenbekledingen in Zeeland succesvol afgerond. Aan het programma is ongeveer € 750 miljoen uitgegeven. Het programma Vooroeverbestortingen, met steenbestortingen op 27 locaties, loopt nog. Deze bestortingen zijn bedoeld om de vooroevers te versterken en daarmee zettingsvloeiing tegen te gaan. Rijkswaterstaat startte in 2018 met de werkzaamheden voor bestortingen op 17 locaties (kosten € 62,8 miljoen). In 2023 zijn deze bestortingen gereed. In januari 2019 heeft het ministerie van IenW een convenant gesloten met Waterschap Scheldestromen en provincie Zeeland. De partijen hebben afgesproken dat het waterschap de andere 10 locaties in de periode tot 2026 aanpakt (kosten € 10,6 miljoen).

De realisatie van de 17 locaties van Rijkswaterstaat start eind 2019. Dit zijn de projecten 912, 913 en 915 t/m 927 op de kaart Deltaplan Waterveiligheid (zie kaart 1). De 11 locaties die het waterschap aanpakt bevinden zich in de voorbereidende fase.

Rivierverruiming: IJsseldelta fase 2, Kribverlaging Pannerdensch Kanaal, Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum

Langs de Rijn en de Maas worden nog drie projecten uitgevoerd die waterstandsdaling op de rivier opleveren (tabel 10). Bij IJsseldelta fase 2 en Ooijen-Wanssum vinden ook dijkversterkingen plaats. Meer informatie is te vinden op www.mirtoverzicht.nl.

Tabel 10: Realisatie rivierverruiming
Realisatie 2020 2021 2022 2023 2024 2025 >
Rijn
732 IJsseldelta fase 2
733 Kribverlaging Pannerdensch Kanaal
Maas
731 Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

3.2.2 Rivierverruiming in samenhang met dijkversterking

Om een betekenisvolle start te kunnen maken met rivierverruiming heeft het Rijk middelen in het Deltafonds gereserveerd voor zijn aandeel in de meerkosten van rivierverruiming (€ 200 miljoen). Op basis van regionale voorstellen voor Rijn en Maas heeft de minister van IenW ingestemd met de MIRT Onderzoeken en MIRT-verkenningen in tabel 11.

Maas

Voor de Maas vinden verschillende MIRT Onderzoeken en MIRT-verkenningen plaats. In het BO MIRT van november 2018 hebben Rijk en regio hierover een aantal besluiten genomen:

1) De verkenning flessenhals Oeffelt gaat onder voorwaarden door naar de planuitwerkingsfase.

2) De onderzoeken Lob van Gennep en Rivierverruiming Alem (voortkomend uit MIRT-onderzoek Maasoeverpark) gaan onder voorwaarden door naar de verkenningsfase. Lob van Gennep voldoet inmiddels aan de voorwaarden van BO-MIRT*; de verkenning is begin 2019 gestart.

3) In het project ‘Verlengen brug Veerweg Alphen’, binnen het lopende project ‘Over de Maas’, zullen Rijk en regio gezamenlijk bijdragen om extra waterstandsdaling te realiseren. De bijdragen worden nader bepaald na bestuurlijke overeenstemming met de partners in 2019.
Tenslotte loopt het MIRT Onderzoek Zuidelijk Maasdal (voorheen Maastricht)*.

Voor de Maas vindt onderzoek plaats naar vijf systeemmaatregelen (tabel 2). Dit zijn HWBP-verkenningen van dijkversterkingen (Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas, 2011) in combinatie met dijkverleggingen. Voor vier systeemmaatregelen worden in 2019 de voorkeursalternatieven vastgesteld. De systeemmaatregel Venlo-Velden was onderdeel van de MIRT-verkenning ‘Meer Maas Meer Venlo’. Deze verkenning is begin 2019 formeel beëindigd; enkele regionale partners hebben zich teruggetrokken uit het project. De dijkversterking blijft onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei. Voor de dijkopgave en de systeemwerkingsmaatregel dijkteruglegging Venlo-Velden moeten Waterschap Limburg en het Rijk opnieuw afspraken maken om tot een HWBP/MIRT-verkenning te komen.

Rijn

In juni 2018 heeft de minister van IenW de voorkeursbeslissing voor Varik-Heesselt genomen: dijkversterking met natuur- en watercompensatie in de uiterwaarden. Dit is de meest doelmatige maatregel om in het gebied aan de nieuwe normen te kunnen voldoen. Ook is gekozen om de gebiedsreservering voor de hoogwatergeul te handhaven *. In 2015 is in een pilot voor het Rijnstrangengebied verkend hoe nadelige gevolgen van langdurige ruimtelijke reserveringen ten behoeve van waterveiligheid te voorkomen of te verminderen zijn. Voor Varik-Heesselt is eind 2018 een vergelijkbaar onderzoek gestart, samen met de regionale partners, om tot een veilig, functioneel en aantrekkelijk gebied te komen. De Tweede Kamer is op 13 juni 2019 over de uitkomsten van het onderzoek geïnformeerd.* Het gebied kan zich binnen het bestaande beleid blijven ontwikkelen.

Tabel 11: MIRT-verkenningen rivierverruiming
MIRT Verkenningen 2020 2021 2022 2023 2024 2025 >
Rijn
712 Rivierklimaatpark IJsselpoort 1e fase 2028
Maas
721 Meanderende Maas (voorheen Ravenstein-Lith)
722 Flessenhals Oeffelt
723 Lob van Gennep 2026
724 Rivierverruiming Alem
725 Verlengen brug Veerweg Alphen

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

Kaart 1 Deltaplan Waterveiligheid.