Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiële borging van het Deltaprogramma, door de beschikbare middelen in het Deltafonds te vergelijken met de verwachte financiële omvang van de opgaven van het Deltaprogramma.

In het Deltaprogramma staan maatregelen die geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit het Deltafonds: de maatregelen op het gebied van waterveiligheid en zoetwater waar het Rijk (deels) een verantwoordelijkheid voor draagt. Daarnaast omvat het Deltaprogramma maatregelen waar het Rijk geen verantwoordelijkheid voor draagt, zoals maatregelen in het regionale watersysteem en maatregelen voor de bestrijding van wateroverlast.

Hierna volgen de ontwikkelingen in het Deltafonds, de middelen van de andere partners in het Deltaprogramma en de financiële opgaven van het Deltaprogramma tot 2050.

6.1Ontwikkelingen Deltafonds

Het Deltafonds bevat financiële middelen om investeringen in waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit en het beheer en onderhoud van het Rijk dat hierop betrekking heeft vanuit het Rijk te financieren. Ook kan uit het Deltafonds subsidie worden verstrekt voor maatregelen voor waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit van andere overheden (zie art. 7.22d, tweede lid, Waterwet). Waterkwaliteit komt in deze analyse in beeld voor zover er samenhang is met de opgaven van het Deltaprogramma (waterveiligheid en zoetwatervoorziening). Deltaplan Waterveiligheid, Deltaplan Zoetwater en Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geven een overzicht van alle onderzoeken en concrete maatregelen van het Deltaprogramma, inclusief het daarmee verbonden budget.

Bij enkele projecten uit het Deltaplan Waterveiligheid zijn begrotingsaanpassingen verwerkt in de ontwerpbegroting van het Deltafonds 2020. Middelen die zijn vrijgevallen bij Ruimte voor de Rivier, Maaswerken en bij project Varik Heesselt zijn toegevoegd aan de beschikbare investeringsruimte tot en met 2032. Er zijn ook nieuwe reserveringen opgenomen/verhoogd ten laste van de vrije investeringsruimte tot en met 2032, waaronder € 257 miljoen voor de Programmatische Aanpak Grote Wateren, € 80 miljoen voor Integraal Rivier Management en € 18 miljoen voor het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2035. Tevens worden deze reserveringen (deels) geëxtrapoleerd naar het jaar 2033.

De uitvoering van het Deltaplan Zoetwater is in volle gang. De eerste tranche zoetwatermaatregelen wordt uitgevoerd en voor een tweede tranche van maatregelen is € 150 miljoen gereserveerd op het Deltafonds. Naar aanleiding van de droogte 2018 heeft de Minister van IenW € 7 miljoen beschikbaar gesteld voor het nemen van maatregelen in de meest getroffen gebieden en voor het uitvoeren van extra monitoring en onderzoek ten behoeve van de aanpak van zoutproblematiek en grondwaterbeheer.

Het Rijk bereidt een wijziging van de Waterwet voor om via een tijdelijke impulsregeling subsidie te kunnen verstrekken uit het Deltafonds voor maatregelen tegen wateroverlast. Om hiervoor in aanmerking te kunnen komen, moet sprake zijn van cofinanciering.

Budgetten Deltafonds

In de periode 2020-2033 is in het Deltafonds circa € 17,9 miljard beschikbaar, waarmee het jaarlijkse budget gemiddeld op een kleine € 1,3 miljard uitkomt. Dat wordt duidelijk in Tabel 15 die de budgetten van het Deltafonds artikelsgewijs en in totaal weergeeft, voor het begrotingsjaar 2020 en de periode 2020-2033. Figuur 6 geeft het verloop van de budgetten per artikel tot en met 2033.

Tabel 15: Budgetten Deltafonds in 2020 en in totaal op basis van de Ontwerpbegroting 2020 (in miljoenen €)
2020 totaal (2020 - 2033)
Art. 1 Investeren in waterveiligheid 462,4 6.568,5
Art. 2 Investeren in zoetwatervoorziening 27,5 78,0
Art. 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging 133,3 2.733,3
Art. 4 Experimenteren 13,0 902,4
Art. 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 323,8 5.685,1
wv investeringsruimte 17,5 1.174,6
Art. 6 Bijdrage andere begrotingen Rijk - -
Art. 7 Investeren in waterkwaliteit 127,5 770,1
Totaal uitgaven DF 1.105,0 17.911,9
Budgetten Deltafonds, per artikel en in totaal op basis van de Ontwerpbegroting 2019. PM figuur actualiseren o.b.v. definitieve ontwerpbegroting 2019.
Figuur 6 Budgetten Deltafonds, per artikel en in totaal op basis van de Ontwerpbegroting 2020.

Investeringsruimte

In deze begroting wordt, conform de afgesproken systematiek, het Deltafonds met een jaar verlengd tot en met 2033. Dit levert na aftrek van doorlopende verplichtingen (beheer, onderhoud en vervanging, netwerkkosten Rijkswaterstaat en de rijksbijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma) nieuwe investeringsruimte op. In 2033 gaat het om € 325 miljoen die beschikbaar komt voor prioritaire beleidsopgaven voor water.

De komende jaren worden deze investeringsmiddelen op adaptieve wijze nader geprogrammeerd, op basis van lopende trajecten als de beoordeling van primaire waterkeringen, het programma Integraal Riviermanagement, Deltaplan Zoetwater en de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater. De totale vrije investeringsruimte bedraagt € 1,2 miljoen in de periode 2020-2033. Onderdeel daarvan zijn risicoreserveringen voor in totaal circa € 600 miljoen.

Reserveringen

Op artikelonderdeel 5.04 van het Deltafonds "Reserveringen" worden uitgaven geraamd voor toekomstige opgaven, waarover nog geen startbeslissing is genomen. Op dit moment zijn tot en met 2033 met name de volgende posten gereserveerd die voor het Deltaprogramma van belang zijn: Regionale keringen in beheer bij het Rijk (€ 198 miljoen), Integraal Rivier Management (€ 535 miljoen), 2e investeringspakket zoetwater (€ 150 miljoen), Programmatische Aanpak Grote Wateren (€ 543 miljoen), een reservering voor onderzoek (€ 24 miljoen), Ruimtelijke adaptatie (€ 7 miljoen) en het Wettelijk Beoordelingskader 2035 (€ 20 miljoen). In de begroting van het Deltafonds is een nadere toelichting op deze reserveringen opgenomen.

6.2Middelen van andere partners

Waterschappen

Investeringen

Door 3.300 kilometer primaire waterkeringen op orde te houden, bieden de waterschappen bescherming tegen hoogwater uit zee, het IJsselmeer en de grote rivieren. De overige 14.400 kilometer waterkeringen die de waterschappen in beheer hebben, zorgen ervoor dat water uit andere wateren geen overlast veroorzaakt. Daarnaast hebben de waterschappen waterlopen in beheer met een totale lengte van 225.000 kilometer. De waterschappen zorgen er met 6.175 gemalen, tienduizenden kleinere waterkunstwerken en allerlei inrichtingsmaatregelen voor dat hier steeds voldoende water (niet te veel en niet te weinig) van goede kwaliteit is. Met 325 rioolwaterzuiveringsinstallaties zuiveren de waterschappen het water dat de 7,9 miljoen huishoudens en 1,7 miljoen bedrijven in ons land in de riolering lozen. Tot slot hebben vijf waterschappen in het westen van ons land als neventaak het beheer over 6.600 kilometer wegen en 1.000 kilometer fietspaden.

Klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking, verzilting, aangescherpte milieunormen en de noodzakelijke energietransitie en sluiting van (grondstoffen)kringlopen leiden ertoe dat de waterschappen fors in deze infrastructuur moeten investeren. Uit de investeringsagenda’s van de waterschappen voor de komende jaren blijkt dat ze samen gemiddeld € 1,5 miljard per jaar investeren in de periode 2019-2022 (zie figuur 7). Figuur 8 geeft aan hoe dit bedrag over de taken is verdeeld.

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Investeringen in waterkeringen vormen het grootste aandeel in het totale investeringsvolume van de waterschappen (zie figuur 8). Het gaat daarbij vooral om investeringen in de primaire waterkeringen. Tot 2011 financierde het Rijk de versterkingen van de primaire waterkeringen door de waterschappen. Sinds 2011 nemen de waterschappen deel aan het HWBP en is deze financiering een gezamenlijke verantwoordelijkheid van waterschappen en Rijk. In de jaren 2011 tot en met 2013 hebben de waterschappen € 81 miljoen per jaar in het HWBP ingelegd, in 2014 werd dit € 131 miljoen en in 2015 € 181 miljoen. Sinds 2014 gaat het om een gelijke inleg van de waterschappen en het Rijk. Het bedrag wordt sinds 2016 jaarlijks geïndexeerd; in 2019 leggen de waterschappen en het Rijk elk € 191 miljoen* in.

De totale investeringsuitgaven in de periode 2019-2022 per waterschap verdeeld over de taken.
Figuur 7 De totale investeringsuitgaven in de periode 2019-2022 per waterschap verdeeld over de taken*.
De gemiddelde jaarlijkse investeringsuitgaven van de waterschappen in de periode 2019-2022, verdeeld over de taken.
Figuur 8 De gemiddelde jaarlijkse investeringsuitgaven van de waterschappen in de periode 2019-2022, verdeeld over de taken*.

Provincies

De provincies leveren op verschillende manieren een bijdrage aan het Deltaprogramma: door personele inzet in de verschillende programmateams of de eigen organisatie, met financiële bijdragen aan deelprogramma’s of met bijdragen aan onderzoek of maatregelen. Provincies zetten zich vooral in voor het verbinden van de verschillende opgaven in hun gebied met de opgaven van het Deltaprogramma. De omvang van de inzet – personeel en financieel – verschilt per gebied en hangt samen met de provinciale belangen in de betreffende regio. Concrete voorbeelden zijn te vinden in hoofdstuk 7.

Bij waterveiligheidsprojecten investeren provincies in meekoppelkansen en gebiedsontwikkelingen die bijdragen aan de ruimtelijke ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit van het betreffende gebied. Zo zijn de provincies Limburg en Noord-Brabant nauw betrokken bij de voorbereiding van dijkverbeteringen en rivierverruimingen langs de Maas in combinatie met vergroting van de ruimtelijke kwaliteit. In Gelderland wordt hoogwaterveiligheid langs de IJssel gecombineerd met gebiedsontwikkeling in de MIRT-verkenning Rivierklimaatpark IJsselpoort. Provincie Overijssel heeft samen met de waterschappen een projectoverstijgende verkenning uitgevoerd naar watersysteemmaatregelen in het stroomgebied van de Vecht. Bij de versterking van de Houtribdijk investeert provincie Flevoland in de aanleg van een watersportstrand bij Lelystad. Provincie Fryslân werkt mee aan de verkenning van het dijktraject Koehool-Lauwersmeer en bij de uitwerking van het dijkversterkingsplan Vlieland. In de provincie Groningen wordt de dijkversterking Eemshaven-Delfzijl als multifunctioneel concept uitgevoerd, met de aanleg van een Dubbele Dijk. Het gebied tussen deze twee dijken wordt benut voor natuurontwikkeling, slibvang en 'zilte landbouw'. Provincie Noord-Holland is medefinancier van het dijkversterkingsproject Prins Hendrikzanddijk op Texel, waarbij een dynamisch zandig gebied de waterveiligheid vergroot en de natuur in de Waddenzee versterkt.

In het proces voor Waterbeschikbaarheid hebben provincies een regierol. Verschillende provincies werken hieraan in gebiedsprocessen met waterschappen en agrariërs (LTO). Ook hebben provincies geïnvesteerd in de klimaatpilot Spaarwater. In deze pilot is op verschillende locaties onderzocht hoe de zoetwatervoorraad in landbouwpercelen verbeterd kan worden. Daarnaast lopen programma’s met maatregelen voor beekherstel, waterconservering op de zandgronden en onderzoeken naar de optimalisatie van watersystemen. Provincie Noord-Brabant heeft een subsidieregeling opgesteld voor projecten die als doel hebben om water te besparen of water vast te houden. In de Beleidstafel Droogte hebben de provincies mede vormgegeven aan de beleidsaanbevelingen voor grondwater.

Provincies brengen opgaven voor ruimtelijke adaptatie in beeld op basis van (regionale) stresstesten en maken via risicodialogen afspraken over de benodigde maatregelen. De uitkomsten leggen ze vast in uitvoeringsprogramma’s (zie concrete voorbeelden in hoofdstuk 5). In de komende jaren geven de provincies een extra impuls aan de aanpak van klimaatadaptatie en de uitvoering van maatregelen, zoals afgesproken in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie.

Gemeenten

Gemeenten hadden in 2019 € 1,646 miljard aan inkomsten die bestemd zijn voor stedelijk waterbeheer. Bijna 99% daarvan kwam uit de rioolheffingen die bewoners en bedrijven betalen. Grofweg een derde van de uitgaven betreft de aflossing van leningen voor eerder aangelegde voorzieningen en de rente daarover. Iets minder dan de helft is bestemd voor het beheer van de rioolstelsels en andere voorzieningen voor afvalwater, grondwater en regenwater.

6.3De financiële opgave en borging van het Deltaprogramma

Het Deltafonds vormt het financiële fundament onder het Deltaprogramma en voorziet in middelen om ons land in de toekomst te beschermen tegen hoogwater en te zorgen voor voldoende zoetwater. Ervan uitgaande dat het Deltafonds jaarlijks met € 1,4 miljard wordt geëxtrapoleerd, is er in de periode 2034-2050 circa € 11,9 miljard beschikbaar voor de uitvoering van het Deltaprogramma.

De tentatieve extrapolatie in figuur 9 is gebaseerd op het jaar 2033. De deltacommissaris is er hierbij van uitgegaan dat de geoormerkte reeks voor nieuwe hoogwaterbeschermingsmaatregelen bij de waterschappen wordt gecontinueerd na 2032, overeenkomstig de afspraken tussen Rijk en waterschappen zoals verankerd in de Waterwet. Uit de extrapolatie wordt duidelijk dat van de ongeveer € 1,4 miljard die in de periode 2034-2050 jaarlijks in het Deltafonds beschikbaar is circa € 0,7 miljard per jaar nodig is voor beheer, onderhoud en vervanging (artikel 3) en netwerkgebonden en overige uitgaven (artikel 5). Aan investeringsbudget is in de periode 2034-2050 circa € 0,7 miljard per jaar beschikbaar; dit betreft het budget voor de beschikbare c.q. geoormerkte reeks voor nieuwe hoogwaterbeschermingsmaatregelen bij de waterschappen (artikel 1 en 2) en de voor het Deltaprogramma relevante reserveringen (artikel 5). Daarmee komt in de periode 2034-2050 € 11,9 miljard aan investeringsbudget beschikbaar. Dat betekent dat er, gerekend vanaf nu, in totaal tot en met 2050 ongeveer € 25,3 miljard beschikbaar komt voor de waterveiligheids- en zoetwateropgaven van nationaal belang. Daarbij komen naar verwachting nog middelen van andere partners in het Deltaprogramma dan het Rijk en de waterschappen, zoals de provincies.

De raming van het Deltaprogramma tot en met 2050 is in Deltaprogramma 2016 vastgesteld op € 26 miljard +/-50% (een reële bandbreedte voor een dergelijk lange termijn). Deze raming zal worden herzien als onderdeel van de zesjaarlijkse herijking van het Deltaprogramma. Nieuwe inzichten in de scope van het Deltaprogramma (bijvoorbeeld maatregelen voor ruimtelijke adaptatie) en prijzen voor onder meer dijkversterkingen en rivierverruimingen worden dan meegenomen.

De deltacommissaris trekt de conclusie dat, uitgaande van de tentatieve extrapolatie van het Deltafonds tot en met 2050 en de nog niet herijkte raming van de totale kosten van het Deltaprogramma, de opgaven en de beschikbare middelen redelijk met elkaar in balans zijn. De financiële borging van het Deltaprogramma tot 2050 is op dit moment op orde.

Tentatieve extrapolatie Deltafonds.
Figuur 9 Tentatieve extrapolatie Deltafonds.