In dit hoofdstuk is per gebied te lezen hoe de implementatie van de regionale voorkeursstrategieën voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie verloopt en op welke manier een integrale aanpak en participatie invulling krijgen.

7.1IJsselmeergebied

7.1.1 Voortgang implementatie voorkeursstrategie

Waterveiligheid

De deltabeslissing* voor waterveiligheid in het IJsselmeergebied heeft als doel het gemiddelde winterpeil tot 2050 op het huidige niveau te handhaven. De voorkeursstrategie* voorziet in voldoende spui- en pompmogelijkheden voor waterafvoer naar de Waddenzee en sterke dijken. De implementatie ligt op schema.

Rijkswaterstaat laat de Afsluitdijk versterken, zodat deze dijk het achterland ten minste tot 2050 tegen de kracht van het water kan beschermen. De werkzaamheden zijn in 2018 gestart. De kering wordt over de hele lengte sterker en beide sluiscomplexen worden voorzien van een stormvloedkering. Het sluiscomplex bij Den Oever krijgt extra spuisluizen om meer water naar de Waddenzee af te kunnen voeren. Bij een hoge waterstand in de Waddenzee is spuien niet mogelijk. Daarom komen bij Den Oever ook twee grote pompgemalen. Deze zijn energiezuinig en visvriendelijk. De werkzaamheden aan de Afsluitdijk zijn in 2022 gereed.

Ook de andere dijkversterkingen in het IJsselmeergebied liggen op schema. De versterking van de Houtribdijk is in uitvoering. Rijkswaterstaat laat een deel van deze dijk met breuksteen versterken en een deel met brede zandige oevers. In 2020 is het project gereed.

De plannen voor versterking van de Markermeerdijken hebben eind 2018 ter inzage gelegen. De Raad van State behandelt naar verwachting in de tweede helft van 2019 de zeven beroepen die zijn ingediend. De voorbereidende werkzaamheden zijn al wel gestart. Ook de ontwerpbesluiten over de dijkversterking op Marken hebben ter inzage gelegen. De uitvoering start hier naar verwachting in 2022.

De Integrale Studie Waterveiligheid en Peilbeheer (ISWP) heeft begin 2019 aanbevelingen opgeleverd over het waterbeheer in het IJsselmeergebied na 2050. De aanbevelingen komen voort uit de analyse van verschillende strategieën voor het peilbeheer van het hoofdwatersysteem op lange termijn (2050-2175) en de bijbehorende hydraulische effecten, de kosten van dijkversterkingen en waterafvoer en een kwalitatieve inschatting van de effecten op regionaal waterbeheer en natuur. Begin 2019 hebben het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waterschappen en provincies en Rijkswaterstaat gesproken over de resultaten en de overwegingen voor het beleid en de zesjaarlijkse herijking (zie 7.1.2).

Zoetwater

De droogte in de zomer van 2018 heeft ook in het IJsselmeergebied knelpunten aan het licht gebracht. Door de onverwachte lange duur van de droogte trad verzilting van het IJsselmeer op. Bij het Noord-Hollandse Andijk dreigde het stilleggen van de inname van IJsselmeerwater voor drinkwaterdoeleinden, omdat de kwaliteit van oppervlaktewater niet voldeed. De monitoring was niet toereikend om dit tijdig te signaleren. Ook hebben de voorraadbekkens bij de drinkwatervoorziening een kleine capaciteit en is het bereidingsproces niet meer ingesteld op verhoogde chloridegehalten in het IJsselmeer. Belangrijk inzicht was dat betere samenwerking tussen alle partijen noodzakelijk is om de verzilting van het IJsselmeer en de gevolgen daarvan goed te kunnen aanpakken en ook voor het operationele beheer tijdens de droge periode en de voorbereidingen hierop.

De partners in de zoetwaterregio IJsselmeergebied hebben hun gezamenlijke ambitie uitgewerkt in een visie. De ambitie vormt de onderbouwing voor de regionale maatregelen voor fase 2 van Deltaplan Zoetwater. Om een robuust systeem te creëren is voorzien dat in fase 2 maatregelen worden opgenomen in het hoofdwatersysteem, het regionale watersysteem en op de overgang van het hoofdsysteem naar het regionale systeem. Onderdeel daarvan zijn maatregelen die voortkomen uit de droogte van 2018. De gebiedsprocessen voor Waterbeschikbaarheid zijn voortgezet; de maatregelen die hieruit zijn voortgekomen voor het regionale systeem komen in uitvoering. Gebruikers worden gestimuleerd waterbesparende maatregelen op bedrijfsniveau te nemen. Er zijn twee grootschalige projecten in voorbereiding waar ook agrariërs bij betrokken zijn: Zoete Toekomst Texel en Zoet op Zout in het Lauwersmeer. Daarnaast wordt een regiomakelaar aangesteld om gebruikers waterbewust te maken en te stimuleren tot waterbesparing.

Op 14 juni 2018 heeft de minister van IenW het nieuwe peilbesluit voor het IJsselmeergebied vastgesteld. Daarna hebben het peilbesluit, de MER en de nota van antwoord ter inzage gelegen. Daarbij zijn vier beroepen ingediend die de rechter ongegrond heeft verklaard. Er is geen hoger beroep ingesteld en daarmee is het peilbesluit onherroepelijk. In 2018 is gestart met het vormgeven van mitigerende maatregelen, nadeelcompensatie en de Regeling bevaarbaarheid. Begin 2019 heeft Rijkswaterstaat het beheerprotocol ‘Operationalisering Flexibel Peilbeheer’ vastgesteld. Dit protocol, dat in samenwerking met waterschappen en andere betrokkenen is opgesteld, bestaat uit operationele afspraken voor de sturing van het peil in het IJsselmeer en Markermeer. Begin 2019 heeft Rijkswaterstaat middelen uit verschillende bronnen gekregen (Deltafonds, Kaderrichtlijn Water, Natura 2000) om de Hoeckelingsdam via het concept van building with nature geschikt te maken voor peilwisselingen. Aan het plan hebben ook Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, provincie Noord-Holland en Alliantie Markermeerdijken meegewerkt. Eind 2023 moeten alle maatregelen hiervoor zijn afgerond.

Als onderdeel van de Gebiedsontwikkeling De Dulf-Merksen en omgeving heeft het waterschap in 2018 het peil in de zandwinplas Nijbeets en het nabijgelegen Natura 2000-gebied van Oordt’s-Merksen verhoogd en een meetnet ingericht. Het doel is het natuurgebied en de landbouwgronden in de omgeving minder gevoelig voor droogte te maken en tegelijkertijd de drinkwateronttrekkingen uit te breiden.

Ruimtelijke adaptatie

Het IJsselmeergebied heeft voor ruimtelijke adaptatie te maken met twee werkregio’s: Flevoland en in Noord-Holland het gebied boven het Noordzeekanaal (‘Samenwerking Waterketen Noorderkwartier’). Vóór eind 2019 hebben alle gemeenten in de twee werkregio’s stresstesten uitgevoerd.

In Flevoland werken Waterschap Zuiderzeeland, de zes gemeenten, de GGD en Rijkswaterstaat samen als de werkregio KAF (Klimaatadaptatie Flevoland). Deze werkregio KAF zet in op bewustwording, onder meer door het uitbrengen van een KNMI-klimaatbrochure en een gezamenlijke bijeenkomst voor marktpartijen die actief zijn in de tuinbranche. Ook is ervaring opgedaan met concrete inrichtingsmaatregelen bij groot onderhoud in de Regenboogbuurt in Almere. In Almere Poort zijn lokale wadi’s aangelegd tussen wegen en woningen om wateroverlast tegen te gaan.

In het Noorderkwartier doen verschillende partijen ervaringen op met klimaatadaptie. Een voorbeeld hiervan is Nieuw Den Helder, een wijk die deels klimaatadaptief wordt heringericht. Een project op Texel draait om de klimaatadaptieve zilte teelt van aardappelen en bloembollen. De opgedane kennis wordt verzameld en gedeeld door het expertisenetwerk Zoet-Zout Knooppunt voor laag-Nederland. Dit initiatief van de provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, gemeente Texel, Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) en Rijkswaterstaat is bedoeld voor het beschikbaar stellen van kennis over de gevolgen van verzilting.

7.1.2 Mogelijke aanpassing deltabeslissing en voorkeursstrategie

De deltabeslissing IJsselmeergebied is robuust. Dat is de voorlopige uitkomst van de herijking die in 2018 is gestart. De voorkeursstrategieën voor waterveiligheid en de zoetwatervoorziening tot 2050 zijn vooralsnog op orde. De afvoer naar de Waddenzee vindt tot 2050 plaats via een combinatie van spuien (als het kan) en pompen (als het moet). Het project Afsluitdijk levert hiervoor in 2022 de benodigde pompcapaciteit. Het nieuwe Peilbesluit IJsselmeergebied vormt de basis voor een structureel beschikbare zoetwatervoorraad. De resultaten van de Integrale Studie Waterveiligheid en Peilbeheer (ISWP) - die zich richt op het waterbeheer van het hoofdwatersysteem op de lange termijn (na 2050) - zijn besproken in het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied (BPIJ). Op 4 april 2019 heeft het BPIJ besloten nader te bezien welke aanbevelingen van de ISWP-studie al een plaats kunnen krijgen bij de lopende herijking en welke aanbevelingen pas bij de volgende herijking of later kunnen doorwerken omdat er nog te veel onzekerheden zijn of onderwerpen verder uitgezocht moeten worden. De effecten voor het regionale systeem worden bij de uitwerking van de ISWP-aanbevelingen voor het hoofdwatersysteem volwaardig meegenomen.

7.1.3 Integrale aanpak

Bij de uitvoering van de waterveiligheidsprojecten krijgen ook andere doelen invulling, vooral als sprake is van meekoppelen. Dit gebeurt bij de versterking van de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijken op Marken en de Markermeerdijken.

In 2019 start de planuitwerking voor de integrale aanpak
van de Friese IJsselmeerkust. Provincie Fryslân werkt maatregelpakketten uit voor de kust bij Workum, Mokkebank, Lemmer/Tacozijl, Hindeloopen en Gaasterland, samen met de gemeenten Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren, Wetterskip Fryslân, It Fryske Gea, de Vogelbescherming en het Rijk. Het gaat om maatregelen voor het terugdringen van erosie van de buitendijkse natuur waar een koppeling mogelijk is met regionale opgaven voor onder meer recreatie, cultuurhistorie en natuur. Het Rijk stelt € 12 miljoen uit het Deltafonds beschikbaar voor erosiebeperkende maatregelen; de regio en de Vogelbescherming brengen samen € 4,9 miljoen in voor verschillende maatregelpakketten. De minister van IenW en de regionale bestuurders hebben de bestuursovereenkomst in februari 2019 ondertekend tijdens een veldbezoek bij Workum.

Onder regie van provincie Noord-Holland werken verschillende partijen samen in het Ambitieprogramma Ruimtelijke Kwaliteit Kustzone Hoorn-Amsterdam. De partijen signaleren kansen en voeren projecten uit om de dijkversterking te combineren met natuur, recreatie, toerisme en cultuurhistorie. In 2018 hebben de provincie, gemeente Waterland en het hoogheemraadschap cofinanciering beschikbaar gesteld om de dijkversterking op Marken te combineren met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op het voormalige eiland.

Het Deltaprogramma heeft veel raakvlakken met de ‘Agenda IJsselmeergebied 2050’. Sinds de zomer van 2018 agendeert het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied daarom onderwerpen van zowel het Deltaprogramma als de gebiedsagenda. Dat bevordert een integrale aanpak. De ‘Agenda IJsselmeergebied 2050’ stimuleert een integrale aanpak door kansen en opgaven in het gebied te verbinden, zoals voor klimaatadaptatie, energietransitie, cultureel erfgoed, economische functies en natuur. Eind 2018 is de gebiedsagenda verder uitgewerkt tot de UKA: de uitvoerings-, kennis- en innovatieagenda 2019-2020. Hierin staan niet alleen acties uit de gebiedsagenda, maar ook acties van andere bestuurlijke tafels, zoals De Nieuwe Afsluitdijk, IJssel-Vechtdelta en Markermeer-IJmeer. Begin 2019 is een verkenning van de energietransitie in het IJsselmeergebied opgeleverd, als input voor de Regionale Energiestrategieën van de regionale overheden. In 2019 zijn twee nieuwe onderwerpen aan de UKA toegevoegd die een duidelijke relatie met klimaatadaptatie hebben: zoutmonitoring in het IJsselmeer (naar aanleiding van de droogte van 2018) en integrale gebiedsontwikkeling rond de verbinding tussen het Markermeer en de Oostvaarders- en Lepelaarplassen. Beide onderwerpen hebben ook een directe relatie met de programmatische aanpak grote wateren. Voor recreatie en toerisme vindt een verkenning plaats met de provincies Noord-Holland en Flevoland als bestuurlijke trekkers.

Een van de ambities van de Agenda IJsselmeergebied 2050 is de ontwikkeling van een toekomstbestendig water- en ecosysteem. Deze basislaag moet op orde zijn om duurzame ontwikkeling mogelijk te maken. De gebiedsagenda neemt hierbij de kaders voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening uit het Deltaprogramma over. Daarnaast geldt de ambitie om voorgenomen maatregelen goed af te stemmen op de kwaliteiten en functies van het gebied en deze waar mogelijk te combineren met maatregelen voor natuurherstel en natuurontwikkeling. Waar maatregelen aan dijken nodig zijn, zal de gebiedsagenda prikkels geven om nieuwe concepten toe te passen, zoals bouwen met natuur, de aanleg van voor- en achteroevers en multifunctionele dijken.

7.1.4 Participatie

Voor het dijkversterkingsproject rond Durgerdam (onderdeel Markermeerdijken) start in 2019 de uitwerking van een gedragen waterveiligheidsoplossing. Deze stap werd mogelijk na een intensief participatietraject gericht op de integrale opgave, met werkgroepen, ontwerpateliers, colleges en publieksavonden. Gemeente Amsterdam werkt parallel met het hoogheemraadschap aan de uitwerking van het plan voor de openbare ruimte van Durgerdam. De documenten over de uitwerking van de dijkversterkingsvariant worden in het najaar van 2019 gereedgemaakt voor de verdere procedure.

Het Regionaal Overleg IJsselmeergebied (ROIJ) vertegenwoordigt een groot aantal maatschappelijke organisaties, waaronder diverse natuur- en recreatieorganisaties en branche-organisaties. Het ROIJ heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan de voorbereiding van het nieuwe Peilbesluit IJsselmeergebied. Zo heeft het overleg in een vroeg stadium een overzicht gegeven van knelpunten van de watersportsector, om tot een gedeeld beeld van de problematiek rond de invoering van het peilbesluit te komen. Met de start van de gebiedsagenda heeft het ROIJ een bredere rol op zich genomen. De partijen in het overleg willen, naast inbreng in het Deltaprogramma IJsselmeergebied, ook meedenken en meewerken aan de opgaven en ambities van de gebiedsagenda, waaronder het robuust en toekomstbestendig maken van het (eco)systeem IJsselmeergebied.

7.2Rijnmond-Drechtsteden/Zoetwaterregio West-Nederland

7.2.1 Voortgang implementatie voorkeursstrategie

Waterveiligheid

In Rijnmond-Drechtsteden vormt het bestaande systeem van dijken, stormvloedkeringen en rivierverruiming de basis van de voorkeursstrategie Waterveiligheid*. Aanpassingen van deze preventieve maatregelen komen zoveel mogelijk tot stand in combinatie met regionale ontwikkelingen. Crisisbeheersing is integraal onderdeel van de voorkeursstrategie. Daarnaast wil de regio de veiligheid van buitendijkse gebieden en vitale en kwetsbare objecten vergroten.

Rijkswaterstaat voert in de periode 2023-2028 vervolgonderzoek uit naar partieel functioneren van de Maeslantkering. Het vervolgonderzoek zal zich richten op de implementatie en het effect op de waterveiligheid van het achterland.

Rijkswaterstaat en Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard onderzoeken het effect van verbetering van de Hollandsche IJsselkering op de waterveiligheidsopgave rond de Hollandsche IJssel. In 2018 is een systeemanalyse afgerond die inzicht geeft in de verlaging van maatgevende hoogwaterstanden. In 2019 starten de partijen met de verkenning en uitwerking van de kansen die verbetering van de kering biedt. Begin 2020 komen de resultaten beschikbaar.

De dijkversterkingen uit het Hoogwaterbeschermings­programma liggen op schema. In 2018 is na een uitgebreide consultatie de voorkeursbeslissing voor het project Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK) genomen. Op dit moment loopt de planuitwerking. De dijken bij Krimpen aan den IJssel, Ouderkerk aan de IJssel en Gouderak zijn op veel plaatsen dichtbebouwd. Daarom worden constructies toegepast om de dijk te versterken en worden voorlanden optimaal benut voor de waterveiligheid. In 2020 is de voorverkenning voor het traject Geervliet-Hekelingen afgerond. Deze dijk beschermt onder meer het stedelijk gebied van Spijkenisse. Vanwege het relatief grote groepsrisico is hiervoor met de nieuwe normering een zwaardere norm vastgesteld. In samenwerking met de POV’s Piping en Macrostabiliteit worden nieuwe methoden ingezet om de kenmerken van de dijk en de gevoeligheid voor piping in kaart te brengen (onder meer met infrarood, passieve radiometrie en elektromagnetische metingen). Het doel is beter inzicht in de toestand van de dijk te krijgen,
waardoor mogelijk ook goedkopere maatregelen zijn in te zetten.

De Projectoverstijgende Verkenning Voorlanden (POVV) is in 2019 afgerond. Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en Hoogheemraadschap van Rijnland hebben een ‘quickscan voorlanden Hollandsche IJssel’ uitgevoerd. Hieruit blijkt dat een dijktraject van ongeveer tien kilometer, dat op dit moment is afgekeurd, aan de norm voldoet als rekening wordt gehouden met het positieve effect van de voorlanden op de waterveiligheid. De veiligheid wordt naar verwachting nog groter door verbetering van de Hollandsche IJsselkering.

In 2019 is Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden begonnen met de pilots ‘Ruimte en Dijken’. Het doel is te verkennen hoe op langere termijn met het bestaande instrumentarium voldoende ruimte beschikbaar kan komen voor dijkversterkingen die in de toekomst nodig zijn vanwege de (mogelijk versnelde) zeespiegelstijging, door een aantal praktische voorbeelden uit te werken. Met de resultaten wil de regio volgend jaar de handelingsperspectieven voor ruimtelijke inrichting van de dijken aanscherpen, als onderdeel van de herijking van de voorkeursstrategie.

In Dordrecht werken de provincie, gemeente, veiligheidsregio, waterschap, Rijkswaterstaat en de Omgevingsdienst in het Living Lab Zelfredzaam Eiland van Dordrecht aan de drie lagen van meerlaagsveiligheid. De partijen verkennen met name het borgen van extra veilige dijken via de normering, het stimuleren van zelfredzaamheid, waterveilige stedelijke ontwikkelingen en het realiseren van schuillocaties.

De Gebiedsraad A5H werkt op een aantal locaties in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden aan het verbinden van waterveiligheid en ruimtelijke ontwikkelingen. Zo brengen een projectontwikkelaar, het waterschap, de gemeente en de provincie Zuid-Holland in de eerste helft van 2019 in beeld of een geplande gebiedsontwikkeling in Alblasserdam (locatie Mercon Kloos) te integreren is met de toekomstige dijkversterking en wat de voor- en nadelen daarvan zijn. Bij een positieve uitkomst willen de partijen een samenwerkingsovereenkomst sluiten om tot een verdere uitwerking te komen.

De veiligheidsregio’s in het gebied Rijnmond-Drechtsteden werken op basis van een landelijke handreiking de zogenaamde impactanalyses uit, als basis voor handelingsperspectieven en evacuatiestrategieën. De analyses zijn volgens planning in 2019 klaar. Uit de analyses blijkt dat verticaal evacueren niet overal in de regio mogelijk is en dat in bepaalde gebieden behoefte is aan publieke schuillocaties. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, de gemeenten Dordrecht en Rotterdam en provincie Zuid-Holland werken nu aan een programma van eisen voor dergelijke schuillocaties (nieuwbouw en bestaande bouw) dat landelijk toepasbaar is. De impactanalyses geven meer inzicht in de gebieden die tegelijkertijd bedreigd kunnen worden door een overstroming. Dat maakt het mogelijk de (horizontale) evacuatiestrategieën daarop af te stemmen.

Gemeente Rotterdam en Havenbedrijf Rotterdam ontwikkelen samen met betrokken partijen gebiedsgerichte waterveiligheidsstrategieën voor alle buitendijkse gebieden in de regio. De strategieën voor de havengebieden Botlek, Waal-Eemhaven en Merwe-Vierhavens zijn gereed. Voor het Merwe-Vierhavens is de strategie verwerkt in het ruimtelijk kader voor de geplande gebiedsontwikkeling. Nu wordt met betrokken bedrijven aan een buitendijkse waterveiligheidsstrategie voor Europoort gewerkt. Bedrijven en infrastructuurbeheerders participeren intensief in deze activiteiten via werksessies en brengen locatie- en proceskennis in die onmisbaar is voor het opstellen van een effectieve waterveiligheidsstrategie. In 2019 start de analyse van overstromingsrisico’s en de strategieontwikkeling voor bewoonde buitendijkse gebieden in Rotterdam. De basisanalyses (overstromingsdiepten bij diverse herhalingstijden) zijn gereed. Het proces vraagt bijzondere aandacht vanwege de verscheidenheid aan stakeholders: burgers, bedrijven en beheerders van (vitale) infrastructuur. Nevendoel van het gezamenlijke werk aan de concrete gebiedsstrategie is - net als in de havens - het vergroten van de bewustwording van overstromingsrisico’s en het handelingsperspectief.

Zoetwater

De uitvoering van zoetwatermaatregelen ligt grotendeels op koers. De doorlooptijd van de maatregel capaciteitsuitbreiding Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) is met twee jaar verlengd omdat het gebiedsproces in de Lopikerwaard uitloopt. Overige onderdelen van de maatregel zijn in de fase van planuitwerking en uitvoering. Zo zijn voor het traject Enkele Wiericke en Park Oudegein varianten uitgewerkt en heeft historisch onderzoek naar de Doorslagsluis plaatsgevonden. De baggerwerkzaamheden in de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel zijn medio 2018 gestaakt na een dispuut met de aannemer, maar worden in 2019 hervat na een nieuwe aanbesteding. Waterschap Hollandse Delta werkt aan de uitvoering van het project Bernisse, waarmee een belangrijke aanvoer naar de regio (Hollandse Delta/Delfland/haven van Rotterdam) robuuster wordt.

Het Bestuurlijk Platform Zoetwater heeft op 14 maart 2019 ingestemd met een aanvullende middelen voor het watersysteem Bernisse-Brielse Meer. Het watersysteem wordt robuuster door onder meer te investeren in een extra geautomatiseerde inlaat, geautomatiseerde polderinlaten en de ontwikkeling van een BOS-systeem. Hiermee is het waterbeheer te optimaliseren.

De partijen in de regio bereiden gezamenlijk de volgende fase van het Deltaplan Zoetwater voor. De inzet is maatregelen te kiezen die ook bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit, circulariteit (zoals hergebruik van effluent), het voorkomen van bodemdaling en ruimtelijke adaptatie.

Tijdens de droogte van 2018 heeft de regio profijt gehad van de goede onderlinge samenwerking en de al uitgevoerde maatregelen, zoals Slim Watermanagement en een deel van de capaciteitsuitbreiding van de Kleinschalige Wateraanvoer (KWA) en de Irenesluis. De droogte heeft ook geleid tot een groter urgentiebesef en bevestigt het belang van gebiedsgerichte uitwerkingen van Waterbeschikbaarheid.

Ruimtelijke adaptatie

In West-Nederland staat ruimtelijke adaptatie bij steeds meer gemeenten, waterschappen en provincies op de agenda. De droge en hete zomer van 2018 zorgde op veel plaatsen voor schade aan groen, wegen en gewassen en lokaal kwam daar aan het eind van de zomer schade door wateroverlast bij (bijvoorbeeld rond Boskoop).

Alle werkregio’s in West-Nederland hebben vrijwel gebiedsdekkende stresstesten uitgevoerd voor wateroverlast, hitte en droogte. Enkele gemeenten hebben ook actief aan gevolgbeperking van overstroming gewerkt (Rotterdam, Dordrecht, Amsterdam), maar dit onderdeel krijgt over het algemeen op een hoger schaalniveau invulling (provincie Zuid-Holland, metropoolregio Amsterdam en Veiligheidsregio Utrecht). De resultaten van de stresstesten staan in klimaatatlassen voor de provincie Zuid-Holland, Rijnland (het Noord-Hollandse deel) en AGV en in het rapport Klimaatstresstest Utrecht Zuid West. In 2019 vult een aantal werkregio’s de stresstesten aan met andere thema’s of vindt een herijking plaats met de nieuwe standaarden. De provincie Utrecht heeft een klimaatportaal geopend om informatie over onder meer de stresstesten te ontsluiten. In 2018 organiseerde de Coalitie Ruimtelijke Adaptatie Utrecht een klimaattop bij het KNMI om de resultaten te bespreken.

De meeste regio’s hebben in 2019 een start gemaakt met risicodialogen, op het niveau van de wijk, stad of regio. In Dordrecht hebben experts, studenten, beleidsmakers en belanghebbenden van publieke en private partijen samen pilotprojecten uitgewerkt in de Dordtse Lenteschool. Gouda trekt het nationale impactproject ‘Risicodialoog voor een klimaatbestendige zakkende historische stad’.

In de werkregio Metropoolregio Rotterdam/Den Haag heeft bijna de helft van de gemeenten al een adaptatiestrategie en/of uitvoeringsagenda voor ruimtelijke adaptatie. Voorbeeld is het Rotterdams Weerwoord, waarin de gemeente samen met de waterschappen heeft uitgewerkt hoe ze de komende jaren de activiteiten voor klimaatadaptatie intensiveren, borgen in de werkprocessen en uitbreiden naar alle wijken van de stad. De provincie Zuid-Holland heeft met Weerkrachtig Zuid-Holland vastgesteld hoe zij samen met partners wil komen tot een klimaatbestendige provincie. De Coalitie Ruimtelijke Adaptatie Utrecht heeft een aanzet voor een strategie gemaakt die in 2019 verder wordt uitgewerkt.

De meeste gemeenten in West-Nederland hebben in hun gemeentelijk rioleringsplan al een uitvoeringsagenda voor wateroverlast met financiële dekking opgenomen. Financiële dekking voor andere maatregelen ontstaat meestal via meekoppelen. Gemeenten benutten vooral meekoppelkansen die ontstaan bij beheer en nieuwbouw. Bij herinrichting van de openbare ruimte worden steeds vaker adaptieve oplossingen toegepast. Zo kunnen de verdiept aangelegde straten, speelplaatsen en plantsoenen in Diemen regenwater vasthouden tot een bui waarbij 120 mm regen in een uur valt. In West-Nederland wordt de komende jaren veel gebouwd. De regio speelt daarop in met doorontwikkeling van de kaders voor de bouw in het Convenant klimaatadaptatief bouwen Zuid-Holland en het ambitiedocument Klimaatbestendige nieuwbouw van de Metropoolregio Amsterdam.

De meeste werkregio’s ervaren meer knelpunten met capaciteit en geld dan met kennis. Overal in West-Nederland ontstaan initiatieven om inwoners en private bedrijven meer te betrekken bij ruimtelijke adaptatie, zoals met Amstelveen Rainproof, Klimaatkrachtig Delfland en Klimaatklaar in de regio Utrecht.

7.2.2 Mogelijke aanpassing deltabeslissing en voorkeursstrategie

De deltabeslissing Rijn-Maasdelta blijkt robuust tot 2050. Er is op dit moment geen aanleiding om deze deltabeslissing aan te passen. De insteek van de deltabeslissing voor de periode na 2050 hangt vooral af van de eventuele vervanging van de stormvloedkeringen en de wijze waarop dat gebeurt. De snelheid van de zeespiegelstijging is daar mede bepalend voor. In DP2017 is al aangegeven dat het onderzoek naar de wijze van vervanging van de Maeslantkering naar verwachting rond 2040 start.

De herijking van de deltabeslissing leidt naar verwachting tot het advies dit onderzoek uit te voeren op basis van een brede bovenregionale systeemanalyse. Hierbij komen meerdere beleidsopties in beeld, waaronder in elk geval varianten met een afsluitbare open kering en gesloten keringen. Aandachtspunt is dat deze bredere scope grotere onzekerheid geeft over de toekomstige voorkeursstrategie voor Rijnmond-Drechtsteden. Het is wenselijk te onderzoeken wat dat betekent voor het no-regret-gehalte van investeringen die op korte termijn nodig zijn, zoals dijkversterkingen, maatregelen voor de zoetwatervoorziening en investeringen in buitendijkse gebieden. De vervolgstudie naar het verbeteren van de Maeslantkering, die Rijkswaterstaat in overleg met de regio uitvoert, brengt ook de gevolgen voor het achterland in beeld. Daarmee is de waterveiligheidsopgave op de middellange termijn te optimaliseren.

De herijking gaat ook over de voorkeursstrategie Rijnmond-Drechtsteden. Mogelijke aanpassingen hiervan komen voort uit nieuwe inzichten die de afgelopen vijf jaar zijn ontstaan in projecten in Rijnmond-Drechtsteden, een inventarisatie van de gevolgen van een mogelijk versnelde en extremere zeespiegelstijging voor deze regio en een analyse van de gevolgen van grote maatschappelijke ontwikkelingen voor de voorkeursstrategie (zoals de verstedelijkingsopgave en de energietransitie). De komende jaren vindt ook een concretisering van de evacuatiestrategieën plaats.

7.2.3 Integrale aanpak

De ruimtelijke opgaven in de regio Rijnmond-Drechtsteden vragen om een integrale aanpak in combinatie met de opgaven die klimaatverandering stelt. In de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben het waterschap, de projectontwikkelaar, gemeente en provincie een intentieovereenkomst getekend om te onderzoeken of een dijkversterking en een gebiedsontwikkeling op het terrein van Mercon Kloos te combineren zijn. Daarbij gaat het ook om de integratie van maatregelen tegen extreme neerslag, langere perioden van droogte en hitte en bodemdaling. Dit vraagt intensieve samenwerking. Overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven wisselen hierover kennis uit, onder meer in het Living Lab Zelfredzaam Eiland van Dordrecht, workshops over buitendijkse waterveiligheid en het platform City Deal Klimaatadaptatie. Bij deze verschillende activiteiten participeert een grote verscheidenheid aan stakeholders, om de opgaven voor klimaatadaptatie gezamenlijk te verbinden met andere opgaven en processen.

Provincie Zuid-Holland heeft in 2019 het Ruimtelijk Perspectief Dijken (RPD) vastgesteld. Het RPD geeft handreikingen voor de landschappelijke kwaliteit en gebruikswaarde van dijken in Zuid-Holland. Waterschappen en andere gebiedspartners hebben hieraan meegewerkt.

Het Samenwerkingsverband Voorne-Putten onderzoekt de synergie tussen meerlaagsveiligheid en de energietransitie. Het studiegebied is verruimd van de Geuzenlinie (noordrand) naar heel Voorne-Putten. Het onderzoeksrapport laat zien of en hoe de transitie naar duurzame energie kan bijdragen aan het vergroten van de waterveiligheid in een gebied dat in korte tijd kan overstromen en waar het water hoog kan komen te staan. De resultaten zijn mogelijk ook voor andere overstroombare gebieden van toepassing. Het samenwerkingsverband Coalitie Ruimtelijke Adaptatie Utrecht werkt aan risicodialogen, een eerste aanzet voor een adaptatiestrategie (‘pré-RAS’) en een uitvoeringsprogramma voor de regio. De gemeenten zijn bezig met de interne borging. In 2018 heeft de gemeente Nieuwegein bijvoorbeeld een klimaatvisie opgesteld.

Veel zoetwatermaatregelen dragen ook bij aan andere opgaven, zoals verbetering van de waterkwaliteit, bestrijding van wateroverlast, vermindering van bodemdaling, versterking van natuurwaarden en regionale gebiedsontwikkelingen. Zo leidt het innovatieve project Zoetwaterfabriek (extra zuiveren van afvalwater) in het beheergebied van Delfland tot een betere waterkwaliteit en circulair watergebruik, doordat het effluent in vergaande mate wordt gezuiverd. Dit water stroomt daarna via de waterharmonica (een ecologisch zuiveringssysteem met rietmoerassen) weer terug naar het regionale watersysteem in plaats van naar de Nieuwe Waterweg. De partijen in de zoetwaterregio West-Nederland nemen waterbeschikbaarheid mee in bredere gebiedsprocessen. Daarmee voorkomen ze ook dat gebruikers/lokale belanghebbenden voor de verschillende opgaven apart benaderd worden.

7.2.4 Participatie

In de zoetwaterregio West-Nederland nemen vertegenwoordigers van landbouw, natuur en drinkwater en het Havenbedrijf Rotterdam deel aan het ambtelijk en bestuurlijk overleg. Tijdens de droogte van 2018 hebben de waterbeheerders veel overleg gevoerd met watergebruikers over het omgaan met de droogte en het efficiënt inzetten van het beschikbare water. Aan de meeste gebiedsprocessen die (ook) over waterbeschikbaarheid gaan, doen lokale afdelingen van LTO en individuele agrariërs mee. Natuurorganisaties zijn actief betrokken bij de joint fact finding over wateraanvoerroutes naar West-Nederland en in de klankbordgroep voor implementatie van het Kierbesluit. De drinkwatersector werkt aan het robuuster maken van de drinkwaterwinning en betrekt in onderzoeken naar alternatieve bronnen voor de zoetwaterproductie waar nodig ook waterbeheerders, kennisinstellingen en andere partijen. In de regio Utrecht zijn inwoners en bedrijven benaderd met campagnes als ‘Natuurlijk, de watervriendelijke Tuin’ en werksessies. Begin 2019 is de website www.klimaatklaar.nl voor inwoners online gegaan.

In Dordrecht loopt in de tweede helft van 2019 een traject om inwoners meer bewust te maken van de risico's van overstromingen en van het handelingsperspectief dat ze zelf hebben. In verschillende sessies vinden gespreken met inwoners plaats. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid gebruikt de resultaten ook om een evacuatieplan voor Eiland van Dordrecht te maken.

De partners van pilots en projecten voor waterveiligheid hebben voor de herijking van de voorkeursstrategie workshops over belangrijke issues georganiseerd. Zo hebben zij actief de samenwerking gezocht met medeoverheden en kennisinstellingen. Daarnaast kon een brede groep stakeholders deelnemen aan een bijeenkomst over de kernthema’s van de voorkeursstrategie. Met een uitgebreide stakeholderanalyse wordt gemonitord of alle stakeholders goed betrokken worden.

7.3Rijn/Zoetwaterregio Rivierengebied

7.3.1 Voortgang implementatie voorkeursstrategie

Waterveiligheid

De voorkeursstrategie voor waterveiligheid langs de Rijn richt zich met name op preventie van overstromingen en beperking van de gevolgschade. Bij de uitwerking van de voorkeursstrategie zal een verbreding plaatsvinden, in het kader van Integraal Riviermanagement. De opgave is groot en urgent. De kern van de strategie is een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming. Om zoveel mogelijk economische en ruimtelijke kansen te benutten, is samenwerking tussen betrokken overheden en partijen in het gebied cruciaal. Zo wordt het Rijngebied veilig, klimaatbestendig en aantrekkelijk.

Een interactieve maatregelenkaart maakt in één oogopslag de werkzaamheden voor een veilig, klimaatbestendig en aantrekkelijk Rijngebied inzichtelijk.

Dijkversterkingen

In het Hoogwaterbeschermingsprogramma staat een groot aantal dijkversterkingen geprogrammeerd langs de Waal, Nederrijn-Lek en IJssel. Deze dijken moeten daarna voldoen aan de veiligheidsnormen die sinds 2017 van toepassing zijn. Op dit moment lopen verkenningen voor de Waaltrajecten Gorinchem-Waardenburg, de stad Tiel, Tiel-Waardenburg, Nederbetuwe en Wolferen-Sprok, de IJsseltrajecten Zwolle-Olst, Zwolle langs het Zwarte Water en Apeldoorns Kanaal Hattem en Grutbroek Doetinchem, de Nederrijn-Lektrajecten Grebbedijk Wageningen-Rhenen, Rijnkade Arnhem, Lekdijk Amerongen-Wijk bij Duurstede, Lekdijk Nieuwegein en Sterke Lekdijken en het traject Stadsdijken. Het project Twentekanaal Zutphen/Gorssel (IJssel/Twentekanalen) is in uitvoering. In 2019 start verder de voorverkenning/trajectaanpak voor het traject landsgrens–Westervoort (Waal/Pannerdens Kanaal).

In de Verkenning Zwolle-Olst hebben de overheden kansen voor het meekoppelen met verschillende ecologische en recreatieve opgaven onderzocht. De meekoppelkansen die kansrijk zijn gebleken, worden samen met het Voorkeursalternatief voor dijkversterking uitgewerkt in de Planuitwerkingsfase (vanaf 2020). Ook loopt er een haalbaarheidsonderzoek naar een mogelijkheid voor een dijkverlegging waar verschillende opgaven voor waterstandsdaling, natuurlijkontwikkeling en eventueel recreatie kunnen worden gecombineerd. In 2018 brachten het waterschap en provincie Gelderland potentiële meekoppelkansen en opgaven in beeld die samenhangen met de dijkversterkingstrajecten Sprok-Sterreschans en Sterenschans-Heteren. Deze vormen input voor de verkenningsfase.

Voor de Grebbedijk werken de overheden met een actieve groep inwoner (Dijkdenkers) aan verschillende alternatieven voor de dijkversterking. Daarbij betrekken ze ook de mogelijkheden voor extra natuur(kwaliteit), recreatie (het verplaatsen van de jachthaven), verkeersveiligheid en het opwekken van duurzame energie. Eind 2019 is het MER gereed en wordt het voorkeursalternatief vastgesteld.

Rivierverruiming

In 2018 is de m.e.r.-procedure voor Rivierklimaatpark IJsselpoort gestart. De stuurgroep heeft datzelfde jaar nog de Nota Kansrijke alternatieven vastgesteld. Daarin staan de ingrepen waar het MER de effecten van in beeld brengt. Rivierverruiming in Rivierklimaatpark IJsselpoort (langs de IJssel) mag geen effect hebben op de afvoerverdeling tussen de Nederrijn en de IJssel. Dat betekent dat evenveel verruiming mogelijk moet zijn langs de Rijn. In 2018 heeft het MIRT Onderzoek IJsselkop de mogelijkheden voor rivierverruiming langs de Nederrijn in beeld gebracht. Op basis daarvan gaat de verkenning Rivierklimaatpark IJsselpoort uit van een waterstandverlaging van 10 cm op het splitsingspunt IJsselkop (te realiseren met een adaptief uitvoeringsprogramma) en 20 cm binnen het projectgebied op de IJssel. Besluitvorming over verdere verruiming van de Nederrijn is onderdeel van het Programma Integraal Riviermanagement (IRM). Naar verwachting wordt in oktober 2019 de ontwerp intergemeentelijke structuurvisie voor het Rivierklimaatpark vrijgegeven voor inspraak. Dit omvat onder meer het gekozen voorkeursalternatief, het MER en het (adaptieve) uitvoeringsprogramma. Definitieve besluitvorming (inclusief MIRT-beslissing) is voorzien in het voorjaar van 2020.

Samenwerking met Noordrijn-Westfalen

Op het gebied van hoogwaterveiligheid werken het Rijk, de waterschappen Rijn en IJssel en Rivierenland en de provincie Gelderland samen met verschillende organisaties in Noordrijn-Westfalen. De samenwerking richt zich op kennisuitwisseling, gezamenlijk onderzoek en het afstemmen van beleid. Als onderdeel daarvan hebben Nederland en Noordrijn-Westfalen in de Arbeitsgruppe Hochwasser gezamenlijk onderzoek gedaan naar de overstromingsrisico’s in het grensgebied. Dit is relevant, omdat een overstroming in het Duitse deel van het grensgebied gevolgen kan hebben in Nederland en andersom. Het onderzoek brengt de verschillen in de veiligheidsaanpak aan weerszijden van de grens in beeld en de huidige en toekomstige overstromingsrisico’s. De studie is in 2019 afgerond en gepresenteerd op de Internationale Hoogwaterconferentie van 5 juli 2019. Conclusie is dat het goed en nodig is de samenwerking in grensoverschrijdend verband te continueren en een aantal inhoudelijke thema’s verder uit te werken.

Zoetwater

De zoetwatermaatregelen in het rivierengebied bestaan uit onderzoeken, een klimaatpilot en een regeling voor gebruikers. In 2018 is de stimuleringsregeling Waterbesparing, die al langer gold voor het zuidelijke gebied, ook opengesteld voor gebruikers in het noordelijke gebied van de regio. De regio brengt de zoetwateraanvoer in het oppervlaktewatersysteem in kaart met modellen voor verschillende deelgebieden. Voor het Land van Heusden en Altena en Land van Maas en Waal zijn de modellen gereed; de aanvoermodellen voor Vijfheerenlanden en Alblasserwaard zijn nu in ontwikkeling. Waterschap Rivierenland start in 2019 met de klimaatpilot ‘Duurzaam gebruik van ondiep grondwater’, in samenwerking met onder meer provincies en drinkwaterbedrijven. Deze pilot speelt in op de verwachte klimaatverandering en de gevolgen voor het wateraanbod, de waterbehoefte, het watertekort, verzilting en het wegzakken van de rivierwaterstand. Het waterschap wil hierop anticiperen door ondiep grondwater duurzaam te benutten. Dat vergroot de zelfvoorzienendheid en vermindert de afhankelijkheid van waterinlaat vanuit het hoofdwatersysteem. Tot slot worden bij de vervanging van een gemaal in Arnhem de mogelijkheden verkend om aquathermie in te zetten en zo de zoetwatervoorziening te combineren met de productie van thermische energie. De planvorming voor dit project loopt; het wordt daarna uitgevoerd door energiebedrijf Engie.

De Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR) heeft enkele jaren geleden de expertgroep Laagwater opgericht. In 2018 heeft de expertgroep een terugblik gemaakt op laagwaterperiodes in de afgelopen eeuw. Daaruit blijkt dat laagwater in de Rijn nu niet vaker optreedt dan honderd jaar geleden. Dat is onder meer een gevolg van de herregulering van stuwmeren in Zwitserland. Dit geeft een extra bijdrage aan de wateraanvoer in droge perioden. De gevolgen van laagwaterperioden kunnen voor een aantal gebruiksfuncties wel groter zijn, bijvoorbeeld voor scheepvaart, industrie, landbouw en energieproductie. De ontwikkeling op de lange termijn wordt nog verder onderzocht, als basis voor een beslissing over het ontwikkelen van een gezamenlijk laagwaterbeheerplan of mogelijke maatregelen in het derde stroomgebiedbeheerplan voor de Kaderrichtlijn Water. In 2019 start de ICBR met laagwatermonitoring en intensievere communicatie over maatregelen bij laagwater en droogte.

Voor zoetwatermaatregelen in Oost-Nederland: zie Zoetwaterregio Hoge Zandgronden-Oost.

Ruimtelijke adaptatie

Voor de voortgang van ruimtelijke adaptatie in Oost-Nederland: zie Ruimtelijke adaptatie Hoge Zandgronden-Oost.

7.3.2 Mogelijke aanpassing voorkeursstrategie

De voorkeursstrategie Rivieren (2014) is vooral gebaseerd op de waterveiligheidsopgave en bestaat uit een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming. Het is van belang verder te concretiseren in welke mate dijkversterkingen nodig zijn en welke reductie van de dijkenopgave met rivierverruiming te behalen is, ook omdat de opgave met de nieuwe normen groter is geworden. Daarbij wordt meegenomen dat rivierverruiming ook van betekenis is voor andere opgaven (bijvoorbeeld voor de compensatie van waterstandsverhoging door sedimentsuppleties, vegetatie in het rivierdal en buitendijkse dijkversterkingen, voor het vasthouden van water bij droogte en voor verbetering van landschappelijke kwaliteit). De herijking van de voorkeursstrategie voor de Rijn is onderdeel van de beleidskeuzen die in het kader van Integraal Riviermanagement worden voorbereid. De beleidskeuzen zullen zowel voor de hoogwatersituatie als de laagwatersituatie en voor alle functies van de rivier afgewogen worden.

Mogelijke aanpassingen van de voorkeursstrategie Rijn zijn:

  • doelen formuleren met betrekking tot bodemligging en de mate van rivierverruiming en de resulterende waterstandsdaling
  • naast doelen ook maatregelen duiden en de eerstvolgende tranche vastleggen.

Daarbij randvoorwaarden voor het behalen van de doelen opnemen:

  • heldere financiële kaderstelling
  • monitoring van de effecten op onder meer de waterstandslijn en de bodemorfologie

Doelen en maatregelen worden beleidsmatig geborgd.

7.3.3 Integrale aanpak

In 2018 is de Quick Scan Boven-IJssel uitgevoerd. De scan geeft een overzicht van de verschillende (sectorale) opgaven voor de Boven-IJssel en de manier waarop deze zich tot elkaar verhouden. Met name waar natuuropgaven samenvallen met vaarweg- of hoogwaterveiligheidsopgaven brengt een sectorale aanpak risico’s met zich mee en kunnen hoge kosten voor compenserende en mitigerende maatregelen ontstaan. De scan laat zien dat voor drie clusters integrale planvorming en uitwerking zeer wenselijk of zelf noodzakelijk is: Havikerpoort tot en met Olburgsewaard, Cortenoever en Bronckhorsterwaarden en Tichelbeeksewaard. Het voornemen is de aanpak voor deze clusters in het kader van IRM verder uit te werken.

De zoetwaterregio Rivierengebied stimuleert een integrale aanpak door in de dialoog over Waterbeschikbaarheid in het Land van Maas en Waal voort te bouwen op de pilot Ruimtelijke adaptatie. De aanpak van bodemdaling leidt tot een grotere zoetwatervraag, als gevolg van onderwaterdrainage. Hier is nog geen rekening mee gehouden in de berekening van de totale waterbehoefte van het rivierengebied (70 m3/s). Dit zal in de toekomst wel gebeuren.

7.3.4 Participatie

Bij de totstandkoming van de stimuleringsregeling Waterbesparing (2016-2017) was een representatieve groep zoetwatergebruikers via de ZLTO betrokken. In 2018 vond een kleinschalig gebiedsproces met LTO-Noord plaats om te komen tot een aangepaste stimuleringsregeling voor het noordelijke deel van het rivierengebied.

7.4Maas

7.4.1 Voortgang implementatie voorkeursstrategie

Waterveiligheid

De voorkeursstrategie voor de Maas voorziet in een veilige en aantrekkelijke Maas door een krachtig samenspel van dijkversterkingen, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling. Het realiseren van een duurzaam veilige Maas als basis voor een economisch florerende regio, met behoud of versterking van de specifieke landschappelijke waarden en natuurwaarden, is daarbij het uitgangspunt. Hieronder volgt een toelichting op de projecten voor de korte en lange termijn zoals weergegeven in kaart 4.

Korte termijn
Dijkversterkingen op bestaand tracé

In Limburg lopen acht dijkversterkingsprojecten uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het waterschap betrekt de omgeving actief bij de mogelijke alternatieven. Voor de projecten Nieuw Bergen, Belfeld, Beesel, Willem-Alexanderhaven Roermond, Steyl-Maashoek, Buggenum en Heel loopt de planuitwerking. Voor het dijktraject Kessel bestond het voorkeursalternatief uit het verwijderen van de waterkering (uit de Waterwet). Het project Blerick, bij de oude gieterij, is inmiddels afgerond. In Noord-Brabant is Waterschap Aa en Maas in 2018 gestart met de voorverkenning voor het dijktraject Cuijk-Ravenstein (Brabantse zijde). Hieruit volgt onder meer de scope voor de verkenning: versterking van de dijk op het bestaande tracé of breder.

Combinatie van dijkversterking en rivierverruiming

Tot nu toe moeten de 42 dijktrajecten in de Limburgse Maasvallei bij maatgevende afvoeren instromen, om bij te dragen aan de afvoer en berging van Maaswater. Het nieuwe waterveiligheidsbeleid maakt het mogelijk deze overstroombaarheidseis los te laten, onder de voorwaarde dat verlies van rivierbed beperkt wordt. De minister van IenW heeft in 2017 twaalf gebieden* aangewezen waar de huidige dijken teruggelegd worden of waar retentiemaatregelen worden getroffen. Op het moment dat dijkversterking op deze locaties aan de orde is in het kader van het HWBP, wordt onderzocht op welke wijze dijkteruglegging of behoud van retentiewe rking mogelijk is.

Rijk en regio hebben afgesproken voor zes van deze gebieden verkenningen uit te voeren. Voor vier verkenningen wordt in 2019 het voorkeursalternatief vastgesteld:

  • Thorn-Wessem. De inzet is het landelijk gebied tussen deze twee kernen zo in te richten dat landbouw en recreatie mogelijk blijven en tegelijk waterberging in extreme hoogwatersituaties kan plaatsvinden.
  • Baarlo-Hout-Blerick. De verkenning heeft naast dijkversterking ook een dijkverlegging voor het noordelijk deel en gebiedsontwikkeling in beeld gebracht. Een nevengeul in het vrijkomende winterbed blijkt niet haalbaar om geohydrologische en financiële redenen. De verkenning heeft ook aangetoond dat er allerminst sprake is van een leeg gebied met weinig bebouwing. Dit maakt de opgave complex.
  • Arcen. Voor deze locatie zijn een dijkversterking en een dijkverlegging verkend. Het inpassen van de dijkverlegging blijkt een complexe opgave. Daarom zijn verschillende varianten uitgewerkt.
  • Well. In de verkenning is zowel dijkversterking als een dijkverlegging uitgewerkt. Er is regionaal draagvlak voor dijkverlegging, waarbij een oude nevengeul kan functioneren als groene rivier.

Het vijfde gebied, Venlo-Velden, was onderdeel van het project Meer Maas Meer Venlo. Deze verkenning is begin 2019 formeel beëindigd; enkele regionale partners hebben zich teruggetrokken uit het project. Voor de dijkopgave en de systeemwerkingsmaatregel dijkteruglegging Venlo-Velden moeten Waterschap Limburg en het Rijk opnieuw afspraken maken om tot een HWBP/MIRT-verkenning te komen. Binnen de gemeente Venlo zal in 2019 nadere besluitvorming plaatsvinden over de ontwikkeling van de bargeterminal, de industriehaven en de jachthaven (de ruimtelijk-economische opgaven).

Voor het zesde gebied, Lob van Gennep, is in het voorjaar van 2019 de verkenning gestart met Waterschap Limburg als trekker. Lob van Gennep is een natuurlijke laagte in het landschap die van oudsher overstroomt bij hoogwater op de Maas. Het gebied ligt op de overgang van de Maasvallei naar de Bedijkte Maas. De verkenning heeft drie doelen: betere waterberging (waterstandsdaling stroomafwaarts), betere hoogwaterbescherming in het gebied zelf en versterking van de ruimtelijke kwaliteit met kansen voor recreatie, toerisme, cultureel erfgoed en landschap.

Naast de maatregelen voor systeemherstel lopen drie projecten met een combinatie van dijkversterking en rivierverruiming:

  • Zuidelijke Maasdal (initiatiefnemer: gemeente Maastricht)
    Bescherming tegen hoogwater is een grote opgave ter hoogte van Maastricht. Het is ongewenst de bestaande waterkeringen in stedelijk gebied met zo’n anderhalve meter te verhogen, vanwege de impact op de identiteit van de stad en de sociale en economische aantrekkelijkheid. Het onderzoek richt zich op rivierverruiming in combinatie met stedelijke ontwikkelingen voor behoud en versterking van de identiteit van de stad. Het streven is in 2020 op basis van een afgerond MIRT-onderzoek tot afspraken tussen Rijk en regio te komen over een mogelijke verkenningsfase.
  • Meanderende Maas (voorheen Ravenstein-Lith, initiatiefnemer: Waterschap Aa en Maas)
    Deze gecombineerde HWBP/MIRT-verkenning is gestart in 2017. Het doel is rivierverruiming, dijkversterking en gebiedsontwikkelingen (onder meer voor natuur, recreatie, cultureel erfgoed en beroepsvaart) in een integraal plan te combineren. De provincie Gelderland en Noord-Brabant werken in 2019 aan een interprovinciale Structuurvisie die de beleidsmatige keuze voor de voorkeursalternatieven in het gehele gebied moet borgen. Het definitieve besluit over het voorkeursalternatief en een bijbehorend bestuursakkoord zijn begin 2020 voorzien.
Rivierverruimingen

Er lopen verschillende initiatieven voor rivierverruiming langs de Maas. In het BO MIRT van november 2018 hebben Rijk en regio hierover de volgende besluiten genomen:

  • De verkenning flessenhals Oeffelt gaat onder voorwaarden door naar de planuitwerkingsfase.
  • Het onderzoek Alem (voortkomend uit het MIRT-onderzoek Maasoeverpark) gaat onder voorwaarden door naar de verkenningsfase.
  • Voor de realisatie van het project ‘Verlengen brug Veerweg Alphen’ op korte termijn, binnen het lopende project Over de Maas, dragen Rijk en regio gezamenlijk bij om extra waterstandsdaling te realiseren. De bijdragen worden nader bepaald na bestuurlijke overeenstemming met de partners in 2019.
Lange termijn

De afgelopen jaren hebben regio en Rijk mogelijke locaties voor rivierverruiming onderzocht en de effectiviteit, kosten en het draagvlak voor maatregelen beoordeeld. In 2018 stelde de Stuurgroep Deltaprogramma Maas het Ruimtelijk Perspectief Maas (RPM) vast, dat de belangrijkste ruimtelijke en economische opgaven langs de Maas tot 2050 in beeld brengt voor verschillende schaalniveaus (internationaal, nationaal en regionaal) en verschillende doelen (natuur, scheepvaart, recreatie en toerisme, et cetera). Het RPM geeft inzicht in de inpasbaarheid van maatregelen voor de hoogwaterbescherming.

Met deze kennis heeft de Stuurgroep Deltaprogramma Maas in de zomer van 2019 een maatregelenpakket samengesteld voor rivierverruiming en dijkversterking langs de gehele Maas: de Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas (AUM). De AUM bevat enkele pakketten van mogelijke rivierverruimingsmaatregelen op basis van de kennis die de afgelopen jaren is opgebouwd. De mogelijke maatregelen hebben als doel de hoogteopgave voor dijkversterking te beperken en de natuur- en landschapswaarden en economische functies te versterken. De maatregelenpakketten uit het AUM vormen belangrijke bouwstenen voor de uitwerking van de beleidsbeslissingen en de invulling van de programme¬ring van het programma Integraal Riviermanagement voor het onderdeel waterveiligheid. Denk hierbij onder andere aan de uitwerking van rivierverruiming ten behoeve van waterveiligheid (beperken hoogteopgave) en als compen¬satie voor bijvoorbeeld buitendijkse versterking van keringen, sedimentsuppleties voor een stabiele rivierbodemligging en de opstuwende werking van natuur in uiterwaarden.

In het voorjaar van 2019 hebben rivierdeskundigen het Verhaal van de Maas opgesteld. Dit verhaal gaat over de vorming van de Maas, de verstoorde balans, de opgaven en uitdagingen. Het verhaal is een deskundigenadvies aan alle partijen die aan het beheer en de inrichting van de Maas werken: de deskundigen geven aanbevelingen en gidsprincipes voor beleid, beheer en inrichting. Daarmee levert het verhaal een bijdrage aan de maatschappelijke discussie over de koers voor de inrichting van de Maas. Het is een signalerend en agenderend verhaal dat helpt om keuzes te maken voor bijvoorbeeld de Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas en Integraal Riviermanagement. Het Verhaal van de Maas is een inhoudelijk verhaal en heeft geen beleidsmatige, juridische of financiële betekenis.

Stand van zaken projecten Deltaprogramma Maas.
Kaart 4 Stand van zaken projecten Deltaprogramma Maas.

Zoetwater

Voor de implementatie van de voorkeursstrategie voor zoetwater in het rivierengebied: zie Zoetwaterregio Rivierengebied en Zoetwaterregio Hoge Zandgronden-Zuid.

Ruimtelijke adaptatie

Voor de voortgang van ruimtelijke adaptatie: zie Hoge Zandgronden-Zuid.

7.4.2 Mogelijke aanpassing voorkeursstrategie

De voorkeursstrategie Rivieren (2014) was vooral gebaseerd op de waterveiligheidsopgave en bestond uit een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming. Het is van belang verder te concretiseren in welke mate dijkversterkingen nodig zijn en welke reductie van de dijkenopgave met rivierverruiming te behalen is, ook omdat de opgave met de nieuwe normen groter is geworden. Daarbij wordt meegenomen dat rivierverruiming ook van betekenis is voor andere opgaven (bijvoorbeeld voor de compensatie van waterstandsverhoging door sedimentsuppleties, vegetatie in het rivierdal en buitendijkse dijkversterkingen, voor het vasthouden van water bij droogte en voor verbetering van landschappelijke kwaliteit). De herijking van de voorkeursstrategie voor de Maas is onderdeel van de beleidskeuzen die in het kader van Integraal Riviermanagement worden voorbereid. De beleidskeuzen zullen zowel voor de hoogwatersituatie als de laagwatersituatie en voor alle functies van de rivier afgewogen worden.

Mogelijke aanpassingen van de voorkeursstrategie Maas zijn:

  • doelen formuleren met betrekking tot bodemligging en de mate van rivierverruiming en de resulterende waterstandsdaling;
  • aan het doel voor het Limburgse deel van de Maas toevoegen: behoud van ruimte in het rivierbed, conform de beleidsbrief* aan de Tweede Kamer;
  • naast doelen ook maatregelen duiden en de eerstvolgende tranche vastleggen.

Daarbij randvoorwaarden voor het behalen van de doelen opnemen:

  • heldere financiële kaderstelling
  • monitoring van de effecten op onder meer de waterstandslijn en de bodemorfologie

Doelen en maatregelen worden beleidsmatig geborgd.

7.4.3 Integrale aanpak

De partners van Rijk en regio in de Maasregio hebben in het Regionaal voorstel Maas 2016 afgesproken zo veel mogelijk rekening te houden met ambities en doelen van andere beleidsterreinen en te streven naar een integrale aanpak. Onderzoeken en verkenningen brengen consequent meekoppelkansen in beeld; de inzet is te komen tot integrale gebiedsprojecten met een breed draagvlak. Integraliteit komt zowel op het niveau van het hele programma als in afzonderlijke projecten tot stand. Op programmaniveau organiseert het programmateam Deltaprogramma Maas dit, waarbij de regioprocessen een grote rol spelen. De stuurgroep neemt besluiten. Op projectniveau ligt de verantwoordelijkheid bij de betreffende projectmanager. Regionale ervaring leert dat het van belang is dat partijen ook op projectniveau gezamenlijk op zoek gaan naar samenhang en afhankelijkheden (inhoud, timing, financieel) tussen de diverse opgaven en maatregelen. In het project Lob van Gennep worden de opgaven met elkaar verbonden voor waterberging, dijkversterking en versterking van ruimtelijk economische functies.

Een integrale aanpak vraagt veel afstemming, zowel inhoudelijk als bestuurlijk. Uit de verkenningen blijkt dat dit niet altijd lukt. Zo is het integrale project Meer Maas Meer Venlo helaas beëindigd. Waar de integrale aanpak wel slaagt, zoals in de projecten Ooijen-Wanssum (in uitvoering) en Meanderende Maas (verkenningsfase), levert dit grote meerwaarde op.

Rivierverruiming blijkt een integrale aanpak te stimuleren. Deze maatregel is niet alleen van belang om de opgave voor dijkversterking te verminderen, maar dient ook andere doelen. Zo maakt rivierverruiming het riviersysteem robuuster en hoogwaterpieken lager. Ook draagt rivierverruiming bij aan het vasthouden van water en ontstaan kansen voor natuurontwikkeling en compensatiemogelijkheden. Ook doordat rivierverruiming de volle breedte van het rivierdal betreft, ontstaan aanknopingspunten om meerdere doelen tegelijkertijd te behalen.

Het perspectief is een veilige en aantrekkelijke Maas (ecologisch, economisch, recreatief). Daarom vinden de regionale partijen ruimtelijke kwaliteit een belangrijk criterium voor toekomstige maatregelen, naast de beheerbaarheid van de rivier op lange termijn.

7.4.4 Participatie

Op de schaal van de gehele Maas is al vele jaren een klankbordgroep actief. In deze klankbordgroep zitten vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die belangen behartigen voor onder meer land- en tuinbouw, delfstoffenwinning, natuur, scheepvaart, recreatie en drinkwatervoorziening. De klankbordgroep agendeert stukken voor de Stuurgroep Deltaprogramma Maas en de regioprocessen Maasvallei en Bedijkte Maas. De voorzitter van de klankbordgroep is lid van de Stuurgroep Deltaprogramma Maas en borgt daar de inbreng van de klankbordgroep bij de besluitvorming.

Ook in verschillende stuurgroepen van projecten zijn maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd. Zo heeft Natuurmonumenten zitting in het project Meanderende Maas, als mede-investeerder in dit project. Bij alle projecten zijn lokale overheden, belanghebbenden en inwoners nauw betrokken. Afhankelijk van de aard en omvang van de projecten krijgen belanghebbenden informatie via informatieavonden, mailings, flyers en een website en kunnen zij actief meedenken in ateliers.

In het project Meanderende Maas verkennen de partijen samen met belanghebbenden kansrijke alternatieven via een innovatief proces: onderzoekend ontwerpen. In maandelijkse werkplaatsen ontwikkelen de betrokken partijen bouwstenen voor rivierverruiming, dijkversterking en gebiedsontwikkelingen (voor natuur en recreatie en bijvoorbeeld ook de invaart voor de beroepsvaart naar de haven van Oss). Een ander voorbeeld is het project flessenhals Oeffelt: door goede samenwerking is het gelukt tot een plan te komen waarbij het Maasheggengebied - recent aangewezen als Unesco Biosphere - beter doorstroombaar wordt en de natuur- en landschapswaarden worden versterkt.

Maaswerken 2020 en een biografie van de Maas

Het project de Maaswerken leverde de afgelopen twintig jaar heel veel nieuwe gegevens op over het gebruik van de Maas tussen Mook en Eijsden en de directe omgeving door de eeuwen heen. Archeologisch-, historisch-, geografisch- en historisch onderzoek en onderzoek naar de geomorfologie deden vele rapporten en nieuwe kaarten het licht zien. Vooral overheden en zand- en grindwinners gebruiken deze gegevens. Met een publieksboek en een expositie in het Limburgs museum wordt de nieuwe informatie in 2020 ook ontsloten voor een groot publiek. Een groep wetenschappers werkt daarnaast aan de biografie van de Maas, in samenwerking met het museum, overheden en lokale en regionale deskundigen.

 

Kustbescherming bij Zoutelande, Zuidwestelijke Delta, juli 2018
Kustbescherming bij Zoutelande, Zuidwestelijke Delta, juli 2018

7.5 Zuidwestelijke Delta

7.5.1Voortgang implementatie voorkeursstrategie

Waterveiligheid

De voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta* is gericht op een klimaatbestendige, veilige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta.

Waterschap Scheldestromen heeft de verkenning uitgevoerd voor de dijkversterking Hansweert (lengte 5,15 kilometer) en op dit moment loopt de planstudiefase. Het waterschap streeft ernaar de belanghebbenden en de omgeving zoveel mogelijk bij de voorbereiding en de uitvoering te betrekken.

In 2019 worden de laatste zandsuppleties uit het suppletieprogramma 2016-2019 uitgevoerd. Voor de zomer zijn de strandsuppleties bij Domburg en de Westkapelse Zeedijk gereed. De strandsuppletie bij Renesse gaat waarschijnlijk in het najaar van 2019 in uitvoering. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in februari 2019 de beroepen over de zandsuppletie Roggenplaat afgewezen. De suppletie gaat in de winter van 2019/2020 in uitvoering. Daarna start een monitoringsprogramma. In de zomer van 2019 is het suppletieprogramma 2020-2023 vastgesteld. Voor 2020-2021 staan vier suppleties in het programma: bij Ouddorp op Goeree, op de Westkop van Schouwen en in de kustvakken Westkapelle-Zoutelande en Dishoek-Vlissingen op Walcheren.

Vlaanderen en Nederland werken in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) samen aan de Agenda voor de Toekomst. In 2018 is de evaluatie van de toestand van het Schelde-estuarium in de periode 2009-2015 gereedgekomen (T2015). Hieruit blijkt onder meer dat de hoogwaterstanden in het Nederlandse deel stijgen in het tempo van de zeespiegelstijging. Eind 2018 is ook het eerste onderzoeksprogramma van de Agenda voor de Toekomst van de VNSC afgerond. De resultaten onderstrepen onder meer dat een integrale sedimentstrategie op het niveau van het hele estuarium - inclusief het mondings- en kustgebied – belangrijk is voor de ontwikkeling van een klimaatbestendig, veilig, ecologisch veerkrachtig en economisch vitaal Schelde-estuarium. De VNSC spant zich in om, naast bureau- en modelonderzoek, ook ruimte te creëren voor praktijkproeven. In 2019 stelt de VNSC samen met de Schelderaad* een roadmap voor het vervolg van de Agenda voor de Toekomst vast.

In 2018 is het onderzoek Effecten Zeespiegelstijging en Zandhonger Oosterschelde gestart (EZZO). Het onderzoek richt zich op de impact van de zeespiegelstijging en de erosie van platen, slikken en schorren door zandhonger op veiligheid, ecologie, economie en landschap. Rijkswaterstaat organiseert in 2019 een bijeenkomst voor de stakeholders.

Veiligheidsregio Zeeland heeft in april 2019 de impactanalyses voor verschillende delen van de regio afgerond. Op basis daarvan stelt de veiligheidsregio handelingsperspectieven op. Deze zijn in 2020 gereed.

Zoetwater

Voor de Zuidwestelijke Delta hangen de zoetwatermaatregelen uit de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater sterk samen met het eventuele besluit over een zout Volkerak-Zoommeer. Doordat dit besluit nog niet genomen is, is de uitvoering van de zoetwatermaatregelen vertraagd. De regio heeft in 2018 een alternatief pakket van zoetwatermaatregelen opgesteld dat in de periode 2019-2021 in uitvoering kan. Het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) heeft daarmee ingestemd. Fase 2 van het Deltaplan Zoetwater krijgt invulling in samenhang met de herijking van de voorkeursstrategie Zoetwater.

De regio werkt nu in een proeftuin aan meer kennis over de mogelijkheden voor goed voorraadbeheer. De opgave betreft vooral een gebiedsdekkende toepassing, wat na de droogteperiode in 2018 en het voorjaar van 2019 urgent is geworden.

In het najaar van 2018 is duidelijk geworden dat de werkzaamheden voor de Roode Vaart in Zevenbergen duurder worden. Het BPZ heeft ingestemd met de extra kosten als onderdeel van het alternatieve pakket. De planning is dat West-Brabant vanaf eind 2020 water in kan laten via de Roode Vaart. De betrokkenen hebben dat bevestigd in een samenwerkingsovereenkomst.

In 2018 zijn vier nieuwe projecten gestart in het kader van de Proeftuin Zoet Water. Bij het project Drainstore (2018-2020) wordt drainwater opgevangen en in de diepere ondergrond geïnjecteerd, zodat een watervoorraad voor de zomer ontstaat. De pilot DeltaDrip levert kennis op over ondergrondse druppelirrigatie met verrijkt gebiedseigen grondwater. Meer fruit met minder water bestaat uit verschillende pilots voor toename van bodemvocht in fruitteeltpercelen. In Waterhouderij Walcheren experimenteren boeren samen met het waterschap met een flexibel polderpeil, om beter te kunnen anticiperen op perioden van droogte en (verwachte) grote hoeveelheden neerslag. Deze laatste drie projecten ontvangen subsidie van de EU (POP3-subsidie).

In de Internationale Scheldecommissie buigt de werkgroep Hydrologie zich sinds 2016 over de laagwaterproblematiek. In de werkgroep delen de landen de nationale aanpakken om waterschaarste te voorkomen. Daarna stellen ze een strategie op voor laagwaterbeheer in het Scheldestroomgebied, die een plaats krijgt in het derde internationale stroomgebiedbeheerplan voor de Kaderrichtlijn Water. In 2017 heeft een aantal gewesten en landen afspraken gemaakt over laagwaterberichtgeving. Zoetwater is ook een thema van de Agenda voor de Toekomst van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie. Daarbij gaat het onder meer over het belang van zoetwater voor de ecologie van de rivier.

Ruimtelijke adaptatie

In 2019 hebben alle Zeeuwse overheden ingestemd met het Plan van aanpak Klimaatadaptatie Strategie Zeeland. Hierin zijn afspraken gemaakt over het doorlopen van de zeven ambities van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, inclusief bijbehorende planning en het opstellen van een klimaatadaptatiestrategie op Zeeuws en lokaal niveau. De aanloop naar het plan van aanpak zorgde voor een toenemend besef van de gezamenlijke opgave. Eind 2019 hebben alle gemeenten in Zeeland integrale stresstesten uitgevoerd, voor het gehele grondgebied. Op Zeeuws niveau heeft een integrale risicodialoog plaatsgevonden, ter voorbereiding op de Zeeuwse klimaatadaptatiestrategie. Daarnaast heeft ongeveer 30% van de gemeenten risicodialogen gevoerd.

De werkregio Goeree-Overflakkee heeft in 2018 een integrale stresstest uitgevoerd voor het hele grondgebied en voert met diverse stakeholders een risicodialoog om te komen tot een klimaatadaptatiestrategie.

In veel Zeeuwse projecten is klimaatadaptatie een factor van betekenis. De woonwijk Claverveld in de gemeente Vlissingen is klimaatadaptief aangelegd. IVN Natuureducatie, GGD Zeeland en Hogeschool Zeeland zijn de Groene Revolutie Zeeuwse Schoolpleinen gestart, met steun van de provincie Zeeland. Dit programma heeft tot doel schoolpleinen te vergroenen en zo bij te dragen aan een klimaatbestendige samenleving. De provincie Zeeland heeft ook een subsidieregeling Groene Daken opengesteld.

In Zeeland liggen verschillende regionale dijken op het land (‘droge keringen’), veelal voormalige zeedijken. Deze dijken spelen een belangrijke rol bij een overstroming: ze beperken de overstroming tot een kleiner gebied, kunnen een vertragende werking hebben bij overstromingen en dienen als vluchtroute. Waterschap Scheldestromen en de provincie Zeeland werken in het project Normering Regionale Waterkeringen (NRW) uit wat de bijdrage aan meerlaagsveiligheid kan zijn na een dijkdoorbraak van de primaire keringen. Begin 2019 heeft de provincie een concept veiligheidsnorm voor alle droge regionale keringen benoemd. Deze norm wordt in de volgende fase samen met belanghebbenden en de veiligheidsregio geoptimaliseerd.

7.5.2 Mogelijke aanpassing deltabeslissing en voorkeursstrategie

Als de zeespiegelstijging in 2100 beperkt blijft tot maximaal 1 meter, kan de huidige voorkeursstrategie grotendeels in stand blijven. Uit studies van Deltares blijkt wel dat intensivering nodig is van met name zandsuppleties, kleinere ingrepen en ontwikkelend onderzoek.

Stijgt de zeespiegel in 2100 met 1 tot 2 meter, dan vraagt de strategie op verschillende punten aanpassing. Afhankelijk van de snelheid van de zeespiegelstijging zijn dan tussen 2050 en 2100 mogelijk grotere ingrepen noodzakelijk, waar ruim voor 2050 al keuzes voor gemaakt moeten worden. Om beter zicht te krijgen op de knikpunten en keuzemomenten is het nodig verkennende studies voor te bereiden, gericht op veiligheid, natuur en economisch gebruik. Oplossingsrichtingen en keuzen betreffen dan onder meer het peilbeheer, het meestijgen van peil en bodem in de afgesloten bekkens, de inzet van pompen, het sluitregime van de Oosterscheldekering en uiteindelijk de keuze tussen een open of gesloten Oosterschelde en de wijze van dijkversterkingen. De oplossingen en keuzen kunnen voor de verschillende watersystemen in de Zuidwestelijke Delta verschillen: Bergsche Maas, Haringvliet, Hollandsch Diep, Grevelingen, Volkerak-Zoommeer, Binnenschelde, Markiezaatsmeer, Oosterschelde en Veerse Meer en Westerschelde.

Het is van belang effectieve maatregelen voor de Zuidwestelijke Delta tijdig en in samenhang te kunnen treffen. Dat vraagt een integrale verkenning naar alternatieven voor de lange termijn, gericht op veiligheid, zoetwater, natuur en economie. De komende zes jaar is ook onderzoek nodig naar mogelijke knikpunten en effecten bij voortzetting van de huidige voorkeursstrategie.

Daarnaast krijgen de zeven ambities van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie een plaats in de voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta.

7.5.3 Integrale aanpak

Integraal werken is de kern van de voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta: de strategie richt zich op veiligheid, ecologie en economie.

Het terugbrengen van beperkt getij op de Grevelingen is onderdeel van de voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta. Hiervoor is een doorlaatmiddel in de Brouwersdam nodig, dat mogelijk te combineren is met duurzame energieopwekking via een getijdencentrale. Op dit moment loopt de verkenning. Begin 2019 hebben het Rijk, de provincies Zeeland en Zuid-Holland, twee gemeenten en Staatsbosbeheer afspraken gemaakt over de afronding van deze fase. De komende periode vindt verder onderzoek plaats naar de manier waarop rekening gehouden kan worden met zeespiegelstijging door klimaatverandering en naar maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de Natura 2000-wetgeving.

Eind dit jaar is het onderzoek naar verschillende varianten voor de doorlaat - met en zonder getijdencentrale - gereed. De partijen hebben marktpartijen geconsulteerd over de belangstelling voor een getijdencentrale. Daaruit blijkt dat er voldoende interesse is voor de aanleg en exploitatie van een doorlaat in combinatie met een getijdencentrale. De partijen betrekken belanghebbenden bij de onderzoeken en plannen. In het najaar van 2019 besluiten de ministers van IenW en LNV op basis van de resultaten van de verkenning of de planuitwerking kan starten.

Rijk en regio stellen een gebiedsagenda voor de Zuidwestelijke Delta op, met als doel de streefbeelden en opgaven voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie (Deltaprogramma), waterkwaliteit en natuur (Programmatische aanpak Grote Wateren) en economie zoveel mogelijk met elkaar te verbinden. Daarbij wordt verbreding en samenhang gezocht met thema’s als circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie. Het uiteindelijk resultaat is een integraal langetermijnperspectief voor de ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta, inclusief een kennis- en innovatieprogramma en een oriënterende uitvoeringsagenda. Het project heeft een jaar vertraging opgelopen en is in het voorjaar van 2019 van start gegaan. In 2019 vindt een proces met verschillende stakeholders plaats; daarvoor worden drie ateliers georganiseerd. Het streven is in december van 2019 de gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta op te leveren.

Een voorbeeld van een project met een integrale aanpak is de klimaatstraat Nieuwdorp. De Klimaatstraat zet in op zowel klimaatadaptatie als energietransitie om Nieuwdorp klimaatbestendig te maken. De risicodialoog is een belangrijk onderdeel van het project.

Zoetwatermaatregelen voor de landbouw dragen waar mogelijk ook bij aan ruimtelijke kwaliteit, waterkwaliteit, ecologie, natuur en het voorkomen van wateroverlast. Ook wordt bij zoetwatermaatregelen de verbinding gezocht met circulaire economie, ruimtelijke adaptatie en de energietransitie. Voorbeeld is het pilotonderzoek van Waterschap Scheldestromen, Dow en EVIDES naar de inzet van wetlands voor (milde) ontzilting van brakke afvalwaterstromen in de buurt van Terneuzen. Het Zeeuws Overlegorgaan Waterkeringen heeft besloten in het najaar van 2019 een suppletie uit te voeren op de Kop van Schouwen om de drinkwaterwinning voldoende bescherming te bieden bij een maatgevende storm.

Het project Robuust watersysteem Zeeuws-Vlaanderen richt zich op een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem dat de functies in de regio optimaal ondersteunt en bijdraagt aan de vitaliteit van het gebied. De deelnemende partijen zijn Dow, gemeente Terneuzen, ZLTO, Staatsbosbeheer, HZ University of Applied Sciences, provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen en Rijkswaterstaat. De partijen willen in het project kennis en ervaringen delen en samenwerken als gelijkwaardige partners. Met een kaartentafel bespreken ze waar projecten of opgaven te koppelen zijn. Ook verkennen ze gezamenlijk de mogelijkheden voor Europese financiering en samenwerking met Vlaanderen.

7.5.4Participatie

Participatie is in de Zuidwestelijke Delta geborgd met de Adviesgroep: een groep met gemeenten en maatschappelijke organisaties op het gebied van natuur, recreatie, visserij, landbouw en ondernemers die gevraagd en ongevraagd advies aan het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta geeft.
De brede Zuidwestelijke Delta-community blijft op de hoogte via de jaarlijkse werkconferentie, de website
www.zwdelta.nl, nieuwsbrieven en twitter.

Sinds april 2019 is de website onzedelta.nl online. De website is bedoeld om de community in de Zuidwestelijke Delta te inspireren zelf kansen voor bijvoorbeeld circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie te verkennen, en samen te werken aan de realisatie van die kansen. Op de site staan onder meer inspirerende verhalen van stakeholders in de Zuidwestelijke Delta.

In de proefprojecten van de Proeftuin Zoet Water werken ondernemers, kennishouders en overheid intensief samen. De concrete resultaten van deze proeven hebben tot grotere betrokkenheid van agrarische ondernemers geleid. In 2019 nemen de provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen het initiatief voor het instellen van een Community of Practice waar de voorlopers uit de landbouwsector voor worden uitgenodigd. Het doel is de kennisuitwisseling met deze groep te intensiveren en actief te streven naar uitbreiding van de groep.

De alternatieve invulling van het programma voor zoetwater is tot stand gekomen in overleg met de Adviesgroep Zuidwestelijke Delta. Bij de partijen uit de adviesgroep bestaat draagvlak voor dit alternatieve pakket.

Als onderdeel van de gezamenlijke Zeeuwse aanpak van klimaatadaptatie wordt in 2019 een brede Zeeuwse risicodialoog gevoerd met onder andere Zeeuwse belangenorganisaties.

7.6Kust

7.6.1 Voortgang implementatie voorkeursstrategie

Waterveiligheid

De voorkeursstrategie Kust richt zich op een veilige, aantrekkelijke en economisch sterke kust door de veiligheidsopgave en ruimtelijke ambities te verbinden. De integrale opgave van de Nationale Visie Kust blijft daarbij het uitgangspunt. De betrokken partijen werken gezamenlijk aan een zonering voor bebouwing in de kustzone, zoals afgesproken in het Kustpact. Het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0 geeft invulling aan de beslissing Zand, die als inzet heeft de zandbalans langs de Nederlandse kust op orde te houden met zandsuppleties.

De implementatie van de voorkeursstrategie Kust en de beslissing Zand liggen op schema.

Op 18 oktober 2018 heeft het programmateam van Kustgenese 2.0 de tussenstand van het langjarige onderzoeksprogramma besproken met ruim honderd professionals van bedrijven, kennisinstellingen en overheden. De samenwerking binnen het onderzoeksprogramma loont. In de afgelopen periode zijn veel morfologische en ecologische metingen uitgevoerd, is de pilot Suppletie Amelander Zeegat tot stand gekomen en wordt gewerkt aan de synthese van de bevindingen. Het blijkt dat de modelresultaten redelijk overeenstemmen met de ingewonnen data. Dat geeft vertrouwen in de haalbaarheid van het einddoel: het beter kunnen voorspellen van toekomstige ontwikkelingen. De resultaten van Kustgenese 2.0 dragen ook bij aan de doelstellingen van het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK). De doelstelling van de onderzoekslijn kust van NKWK is: de kust nu en in de toekomst op een duurzame wijze veilig houden.

De pilotsuppletie in het Amelander Zeegat is in volle gang. Het doel was een suppletie in een (dynamisch) zeegat uit te voeren zonder dat het gesuppleerde zand direct wegspoelt. De totale suppletie van 5 miljoen m3 zand is in februari 2019 afgerond en het gesuppleerde zand is blijven liggen. De monitoring zal inzicht geven in het zandtransport in de buurt van de pilotsuppletie en het effect op het bodemleven. De pilot levert belangrijke informatie over het gedrag van een zeegat en de interactie tussen de Noordzee en de Waddenzee, en daarmee over de zandbehoefte op lange termijn. Dit moet inzicht opleveren in de mogelijkheden om de Nederlandse kust duurzaam mee te laten groeien met de zeespiegelstijging. De resultaten worden ook gebruikt voor een studie naar dezelfde problematiek in de zeegaten in de Zuidwestelijke Delta.

Medio 2018 hebben de provincies een zonering voor hun kustgebied opgeleverd, om nieuwe recreatieve bebouwing te reguleren. De zonering draagt bij aan het gewenste karakter van de verschillende kustgebieden en natuurlijke dynamiek, in combinatie met extensieve of intensieve recreatie. De provincies verankeren de zonering in 2019 in hun provinciale verordeningen. Daarmee heeft het Kustpact invulling gekregen. De zonering draagt in belangrijke mate bij aan de voorkeusstrategie Kust: een veilige, aantrekkelijke en economisch sterke kust. De provincie Fryslân kan in haar verordening andere regels stellen voor het bouwen in het kustfundament op de Waddeneilanden (buiten het stedelijk gebied).

7.6.2 Mogelijke aanpassing beslissing Zand en voorkeursstrategie

De kustmetingen brengen jaarlijks de zandvoorraad voor de kust in beeld. Als de signalen over een mogelijk snellere zeespiegelstijging tot aanpassing van de deltascenario’s leiden, krijgt dit een vertaling in de benodigde omvang van de jaarlijkse zandsuppleties. Het beleidsadvies dat Kustgenese 2.0 uitbrengt, gaat daar in 2020 op in.

Op dit moment is de waterveiligheid van de kust op orde. Daarom is er geen aanleiding ruimtelijke opgaven te verbinden met de waterveiligheid. De Kustparels en het Meegroeiconcept krijgen daarom voorlopig alleen invulling op basis van opgaven voor de ruimtelijke ontwikkeling. Aandacht is nodig voor de wijze waarop overheden omgaan met ruimtelijke ontwikkelingen die op de lange termijn de bescherming tegen overstromingen kunnen verminderen. Zo werkt de gemeente Den Haag aan de ontwikkeling van de haven van Scheveningen. Op dit moment is daar geen waterveiligheidsopgave. Gemeente en hoogheemraadschap gaan na hoe ze de waterveiligheid op lange termijn kunnen borgen door opties en doorgroeiconcepten uit te werken.

Er zijn veel ruimtelijke claims op de Noordzee, onder meer voor zandwinning, windparken, visgebieden en natuurparken. Dit heeft gevolgen voor de mogelijkheden om zand te winnen voor de kustsuppleties die nodig zijn voor de waterveiligheid. Daarom lijkt het zinvol de voorkeursstrategie Kust en de Beslissing Zand nader uit te werken op basis van een integrale analyse van de mogelijkheden voor zandwinning, en de toelaatbaarheid van verschillende gebruiksvormen op de Noordzee te analyseren. Leidend principe kan de gedachte zijn dat de kust werkt als een klimaatbuffer. De inzichten van het IPCC en KNMI over een (versnelde) zeespiegelstijging moeten daarbij betrokken worden.

7.6.3 Integrale aanpak

Regionale partijen kunnen wensen voor suppleties aangeven tijdens de jaarlijkse consultatie over het programma Kustlijnzorg. De consultatie vindt plaats in de periode maart-juli. Reacties betreffen onder andere de uitvoeringsperiode van kustsuppleties, het aanpassen van geprogrammeerde kustsuppleties en voorstellen van derden voor nieuwe kustsuppleties.

Kustparels zijn plaatsen met ontwikkelpotentie en met bestuurskracht om ambities te realiseren. Het doel is een integrale aanpak. De gemeente Den Haag realiseert nu plannen voor revitalisering van de kustzone ten noorden van het Kurhaus. De herinrichting, met onder meer nieuwe winkel- en horecagelegenheden en een nieuwe parkeergarage, zijn in uitvoering. Eind 2019 is het project klaar.

De ontwikkeling van de meeste Kustparels blijft nog steeds achter. De reden is dat de waterveiligheid op orde is en er daardoor geen combinatie met ruimtelijke vraagstukken mogelijk is. De ambities voor wonen en recreatie blijken vooralsnog niet sterk genoeg om de beoogde integrale ontwikkeling tot stand te brengen.

7.6.4 Participatie

In de regionale gebiedsprocessen voor de kust is sprake van brede betrokkenheid. De provincies hebben samen met de kustgemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en belangenorganisaties een kustzonering uitgewerkt. Provincie Zeeland heeft samen met de Noordzeekustgemeenten, natuur- en milieuorganisaties, toeristische belangenorganisaties, ZLTO, Rijkswaterstaat en het waterschap een Zeeuwse Kustvisie opgesteld. De kustgemeenten werken nu aan de aandachtsgebieden die daarin zijn onderscheiden. Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben een maatschappelijk debat met inwoners gevoerd over de toekomst van het kustgebied. Dit maatschappelijk debat leverde input voor de concept Strategische Agenda Kust van Zuid-Holland. De Agenda is in overleg met het Provinciaal Overleg Kust (POK) opgesteld. Hieraan doen de meest relevante partijen mee: overheden, terreinbeheerders, natuurorganisaties, ANWB en vertegenwoordigers van de horeca.

De uitwerking van het landelijke Kustpact voor Noord-Holland is afgerond. Onder regie van de provincie Noord-Holland hebben hier 27 partners aan meegewerkt. Alle partijen zijn tevreden met het behaalde resultaat. De balans tussen bescherming van natuur- en landschapswaarden en ontwikkeling van recreatieve bebouwing is goed geregeld met een strandzonering, de bestaande bescherming van de duinen en afspraken over verdere samenwerking over de duinrand.

In het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0 werken promovendi van de universiteiten van Delft, Utrecht en Twente (SEAWAD), onderzoekers van kennisinstituut Deltares en medewerkers van Rijkswaterstaat, de Rijksrederij, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, lokale overheden en provincies samen. Daarnaast wordt kennis uitgewisseld met het NKWK, het Deltaprogramma en de onderzoeksprojecten ShoreScape*, PROCOAST* en Interreg Building with Nature*.

De Landelijke Kustdag 2018 vond plaats op een nieuw stuk Nederland: zeewaarts van de voormalige Hondsbossche en Pettemer Zeewering. Centraal stond de zeespiegelstijging die mogelijk sneller zal verlopen dan tot nog toe werd verondersteld. De deltacommissaris benadrukte het belang van onderzoek naar het kustgedrag bij de stijgende zeespiegel. Ook pleitte hij voor flexibele maatregelen die kansen bieden om in te spelen op de onzekere toekomst. Andere sprekers pleitten voor een kustlab waar beheerders en onderzoekers in de praktijk testen welke methoden daarvoor geschikt zijn.

7.7Waddengebied/Zoetwaterregio Noord

7.7.1 Voortgang implementatie voorkeursstrategie

De voorkeursstrategie* voor het Waddengebied richt zich op het in stand houden van de bufferende werking van eilanden, buitendelta’s en intergetijdengebied. Het zandige systeem van de eilandenkust blijft met zandsuppleties en dynamisch duinbeheer in evenwicht met de zeespiegelstijging. Innovatieve dijkversterkingen dragen waar mogelijk ook bij aan natuur en duurzaam gebruik. Ieder Waddeneiland heeft een eigen integrale veiligheidsstrategie.

Waterveiligheid

Het reguliere kustonderhoud met zandsuppleties en de bijbehorende monitoring verlopen volgens planning. Zo zijn op Vlieland de geulwandsuppletie en de strandsuppletie afgerond. Ook de pilot met de suppletie in het Amelander Zeegat is klaar. De strandsuppletie op de westkop van Ameland is in gang gezet. Ook de dijkversterkingen uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma liggen op schema.

Eind 2019 is de POV Waddenzeedijken gereed. Op de eindconferentie op 9 en 10 oktober 2019 worden de resultaten van de pilots met nieuwe multifunctionele dijkversterkingsconcepten gepresenteerd. Een aantal concepten krijgt nu al een concrete toepassing bij dijkverbeteringen langs de Waddenkust, zoals in de dijkversterking Eemshaven-Delfzijl. Het Marconistrand en de Dubbele Dijk zijn aangelegd; de inrichting vindt de komende jaren plaats. Bij de Oostpolderdijk komen windmolens in de kernzone. De waterschappen verkennen welke concepten zij kunnen toepassen in een aantal lopende versterkingsprojecten, zoals Koehoal-Lauwersmeer, Lauwersmeerdijk en Den Oever-Den Helder. De Prins Hendrik Zanddijk op Texel is in de zomer van 2019 gereed; de complete dijkversterking op Texel wordt eind 2019 opgeleverd*.

Onderdeel van de POV Waddenzeedijken is de pilot Geulmanagement. Hierin is verkend of een eventuele verschuiving van de geul bij het Vierhuizergat te voorkomen is met een geulwandsuppletie (de geul is op dit moment stabiel). Na een intensief traject met onder meer de waterschappen, Rijkswaterstaat en de provincie heeft de stuurgroep POV Waddenzeedijken besloten de pilot niet uit te voeren, vooral vanwege de te grote onzekerheid over de levensduur van de maatregel en de mogelijk ongunstige effecten op de ecologie.

Het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0 levert kennis op over het toekomstige kustbeheer (zie ook bij Kust). Voor het Waddengebied is deze kennisontwikkeling relevant voor de veiligheid van de Waddeneilanden en het behoud van het intergetijdengebied. Daar is onder meer kennis over de werking van de zeegaten tussen de eilanden voor nodig, omdat die nauw samenhangt met de kustontwikkeling op de koppen en staarten van de eilanden en de zandtransporten van en naar de Waddenzee. Om tijdig juiste keuzes te kunnen maken, is het belangrijk te weten hoe de zeegaten en de kombergingen zich ontwikkelen als de zeespiegel sneller stijgt (zie ook de pilot Suppletie Amelander Zeegat).

De Veiligheidsregio Fryslân heeft de impactanalyse en de strategische handelingsperspectieven bij een (dreigende) overstroming en wateroverlast nagenoeg afgerond, mede namens de veiligheidsregio’s Groningen en Noord-Holland Noord. Op dit moment loopt de tactische en operationele uitwerking, onder meer door concrete handelingsperspectieven voor bewoners te benoemen en voorzieningen te treffen om het risico te verminderen. De werkgroep hoogwater en evacuatie van de Veiligheidsregio Fryslân heeft de regie over de uitwerking en implementatie van de maatregelen.

Zoetwater

De provincies Fryslân en Groningen en het noordelijk deel van Drenthe vormen de zoetwaterregio Noord. RBO Noord is het bestuurlijk aanspreekpunt voor de implementatie van het Deltaplan Zoetwater in Noord-Nederland. Vanwege de samenhang met de Zoetwaterregio Noord-Holland/Flevoland - en het feit dat dit gebied voorheen één zoetwaterregio vormde – vindt ambtelijke en bestuurlijke samenwerking met deze zoetwaterregio plaats. De zoetwaterregio Noord wordt voor een groot deel van zoetwater voorzien vanuit het IJsselmeer. Zie IJsselmeergebied/Zoetwaterregio Noord-Holland/Flevoland voor meer voortgangsinformatie.

Ruimtelijke adaptatie

De uitvoering van de stresstesten ligt op schema: eind 2019 zullen alle gemeenten van het gebiedsoverleg RBO Noord hun stresstesten hebben uitgevoerd. In de werkregio Fryslân waren de stresstesten in 2018 al afgerond. Na de stresstesten zijn in de zes subregio’s masterclasses gehouden om de uitkomsten te bespreken in aanwezigheid van het waterschap, gemeentelijke medewerkers van diverse vakgebieden en de wethouder Water. Er zijn meerdere risicodialogen gevoerd , vaak als pilot onder leiding van het Klimaatadaptatie adviesteam (KAAT). Dit gebeurde onder meer in de gemeenten Ooststellingwerf, Opsterland, Weststellingwerf en Terschelling. In de gemeente Súdwest Fryslân zijn zes interne risicodialogen gevoerd; in het najaar van 2019 worden risicodialogen gevoerd met de inwoners. In het Agenda Netwerk Noordoost (ANNO) spraken bestuurders over de stresstest en de klimaatatlas. Om bewustwording te bevorderen, staan klimaatverandering en de Friese klimaatatlas op de agenda van diverse reguliere overlegstructuren.

Op Terschelling heeft de pilot Terschelling Veilig, Klimaatbestendig en Zelfvoorzienend plaatsgevonden. Met deze pilot willen de gemeente Terschelling, Wetterskip Fryslân, Veiligheidsregio Fryslân, provincie Fryslân, Rijkswaterstaat en het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden de verschillende sporen Veilig, Klimaatbestendig en Zelfvoorzienend waar mogelijk integreren. Het proces en resultaten van de pilot dienen als voorbeeld voor andere Waddeneilanden en ook voor (clusters van) gemeenten aan de vaste wal.

In de werkregio Groningen/Noord-Drenthe worden in de tweede helft van 2019 alle resterende stresstesten afgerond, waarna gestart wordt met de risicodialogen. De stresstesten voor de Groningse en Noord-Drentse gemeenten zijn iets later van start gegaan dan in de rest van Nederland, vanwege andere bestuurlijke prioriteiten (zoals gemeentelijke herindelingen en de aardbevingsproblematiek). De huidige aanpak laat een grote samenwerkingsbereidheid zien. Zo voert Waterschap Noorderzijlvest de stresstesten uit voor alle gemeenten in het beheergebied, samen met de gemeenten. Omdat het waterschap het technische werk voor zijn rekening neemt, wordt het voor gemeenten gemakkelijker om mee te doen. Gemeenten brengen kennis in over de bebouwde gebieden en het waterschap over het watersysteembeheer. De stresstesten gaan niet alleen over de vier landelijke thema’s (wateroverlast, droogte, hitte, gevolgen van overstromingen), maar ook over andere regionale thema’s, zoals aardbevingen, bodemdaling en digitale veiligheid en de impact daarvan op de vitale infrastructuur en het waterbeheer.

De gemeente Groningen heeft de kwetsbaarheden in kaart gebracht en op een website gezet. In deze gemeente heeft ruimtelijke adaptatie in diverse projecten een rol gespeeld. Zo is op meerdere plaatsen waterdoorlatende verharding toegepast in de stad. In het Stadspark in Groningen is het bergend vermogen van het oppervlaktewater vergroot, om regenwater op te vangen van de aangrenzende woonwijk. Ook zijn in de stad Groningen maatregelen genomen om het water langer vast te houden, ter voorkoming van verdroging in de zomer. Alle maatregelen zijn gecombineerd met een circulatiesysteem voor de verbetering van de waterkwaliteit. In Delfzijl is het gemeentehuis voorzien van een groen dak.

In het Noord-Nederlandse Climate Initiative werken overheden, organisaties, bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen samen aan klimaatadaptatie. Zo is er een Klimaatproeftuin op de campus in de stad Groningen, gericht op het ophalen, bundelen en vergroten van kennis, het uitbreiden van het netwerk van klimaatadaptatie en educatie en bewustwording. Daarnaast draait de samenwerking om het profileren van Noord-Nederland als klimaatadaptatieregio, door middel van communicatie, evenementen en culturele projecten. Een ander doel is het (internationaal) vermarkten van de kennis over klimaatadaptatie.

7.7.2 Mogelijke aanpassing voorkeursstrategie

De mogelijk versnelde zeespiegelstijging kan invloed hebben op de voorkeursstrategie. Op dit moment worden nog geen aanpassingen overwogen.

Het is mogelijk de dijken verder te versterken of te verhogen. Uit recent onderzoek* blijkt dat de belangrijkste vraag is wanneer en hoe snel de zeespiegel gaat stijgen. Dat hangt onder meer af van de manier waarop het klimaat zich ontwikkelt. De Waddenzee* kan de komende decennia blijven meegroeien met de zeespiegelstijging en de bodemdaling, omdat er voldoende zand uit de kustzone van de Noordzee wordt aangevoerd. Er is wel een kans dat een deel van de Waddenzee (de komberging van het Vlie) vanaf 2030 niet meer volledig kan meegroeien. Dit betekent niet dat de Waddenzee gaat ‘verdrinken’, maar wel dat de erosie- en sedimentatieprocessen veranderen. Meer duidelijkheid over de zeespiegelstijging volgt in de komende jaren, als de bevindingen van het IPCC en KNMI beschikbaar komen en er sprake is van geconsolideerde nieuwe kennis en inzichten.

7.7.3 Integrale aanpak

Zandsuppleties en dynamisch duinbeheer dragen ook bij aan recreatie, natuur en economie. De suppletiepilot Amelander Zeegat, die in maart 2018 is gestart, is bedoeld om kennis te ontwikkelen over morfologie, de uitvoerbaarheid van de suppletie en de effecten op de ecologie. Kustgenese 2.0 brengt in beeld hoe de toekomstige strategie voor zandsuppleties samenhangt met de functies langs de kust.

Ook de innovatieve dijkconcepten van de POV Waddenzeedijken dragen bij aan een integrale aanpak: het gaat hier om dijkconcepten die meerdere functies bedienen. Een voorbeeld is het demonstratieproject Brede Groene Dijk* dat in 2018 in uitvoering is gegaan in het beheergebied van Waterschap Hunze en Aa’s. In de kwelder voor de dijk is de Klutenplas aangelegd met twee redenen: om slib te onttrekken uit de zeer troebele Eems-Dollard en om leefgebied voor de kluut te maken. Deze fase heeft lessen opgeleverd over het werken aan een dijkversterking in Natura 2000-gebied. Fase 2 bestaat uit de inrichting van kleidepots om het onttrokken slib te laten rijpen tot klei die te gebruiken is voor de dijkversterking (2018-2021). Bij de dijkverbetering Eemshaven-Delfzijl lopen drie pilots met multifunctionele concepten van de POV Waddenzeedijken: Dubbele Dijk, Rijke Dijk en Overslagbestendige Dijk. Daarbij komen ook projecten voor natuur, recreatie en regionale economie tot stand. Eind 2019 is deze dijkversterking, inclusief de meekoppelprojecten, gereed. De pilots leveren ook lessen op over de samenwerking tussen de partijen in het gebied.

Ook de zandige versterking van de Prins Hendrikzanddijk op Texel heeft lessen opgeleverd over het werken aan een dijkversterking in Natura 2000-gebied. Hier is een zandig gebied ontstaan met duinen en kwelders. Veiligheid, natuur en behoud van landbouw gaan hier samen.

Voortbouwend op de ervaringen in de POV Waddenzeedijken verkennen de waterschappen samen met Rijkswaterstaat en natuurorganisaties hoe ecologische verbeteringen te koppelen zijn aan reguliere dijkverbeteringen.

Overheden en private partijen willen medio 2020 een intentieverklaring ondertekenen om een Gebiedsagenda Wadden 2050 op te stellen, met een gedragen beleidsvisie, opgaven en strategieën. Een klimaatbestendig Waddengebied wordt een van de belangrijke opgaven in de gebiedsagenda. De gebiedsagenda gaat ook in op de vraag hoe de opgaven van het Deltaprogramma te combineren zijn met de andere opgaven in het Waddengebied.

7.7.4 Participatie

Participatie vindt met name plaats bij de dijkversterkingsprojecten in het Waddengebied. Bij alle pilots uit de POV Waddenzeedijken zijn stakeholders betrokken. Zo werkt Waterschap Fryslân samen met andere overheden en natuur-, landbouw- en recreatieorganisaties aan de pilot Dijk met Voorland. De partijen onderzoeken voor een pilotgebied hoe waterschappen samen met deze stakeholders tot een gezamenlijke visie op beheer en onderhoud van voorlanden kunnen komen.

In de pilot Brede Groene Dijk van Waterschap Hunze en Aa’s wordt intensief samengewerkt met een brede groep stakeholders, waaronder regionale overheden, natuurorganisaties als Groninger Landschap en Natuur en Milieufederatie Groningen, Ecoshape Building with nature, Groningen Seaports, landeigenaren en kwelderexperts. Een belangrijk onderwerp hierbij is het werken in een Natura 2000-gebied. De vraag is hoe een ‘natuurplus’ kan ontstaan door het ontwerp van de dijk en de wijze van kleiwinning of ‘kleirijperij’.

7.8Hoge Zandgronden

7.8.1 Voortgang implementatie voorkeursstrategie

Zoetwater

Op de Hoge Zandgronden is vrijwel geen aanvoer van water uit het hoofdwatersysteem mogelijk. De zandgronden zijn daarom vooral aangewezen op grondwater. De voorkeursstrategie richt zich enerzijds op vasthouden, bergen en infiltratie van regenwater en anderzijds op zuinig omgaan met water.

Droogte 2018

De langdurige droogte in 2018 heeft op de Hoge Zandgronden grootschalige droogteschade aan flora en fauna en landbouwgewassen veroorzaakt. Ook ontstonden meerkosten door maatregelen als gewasberegening en intensivering van de inspecties. Daarnaast zijn meer beken drooggevallen dan normaal en door opwarming van water ontstonden kwaliteitsproblemen (blauwalg, botulisme). De drinkwatervoorziening in Zuid- en Oost-Nederland is niet in het gedrang gekomen. Wel heeft Vitens in de zomer van 2018 in Oost-Nederland meer grondwater opgepompt dan waarvoor vergunning was verleend.

De regionale crisesorganisaties zijn snel in werking getreden en er zijn noodmaatregelen uitgevoerd, zoals het overplaatsen van vissen en het voeden van beken met grondwater. Waterconserverende maatregelen hebben positief uitgepakt. Terreinbeheerders hebben in een aantal natuurgebieden zelfs minder droogte ervaren dan in andere droge jaren, dankzij GGOR-maatregelen*.

De negatieve effecten van het extremer wordende weer lijken op de Hoge Zandgronden heftiger uit te pakken dan elders in Nederland. In de zomer van 2018 was sprake van extreme hitte, waarbij de temperatuur in juli bijna 4 graden hoger was dan normaal (in Noord-Nederland was het 2-3 graden warmer dan normaal). Ook waren er extreme neerslagtekorten en snel dalende grondwaterstanden (zie figuur 10). De zomer van 2018 behoort tot de 5% droogste jaren*. Door de beperkte neerslag in de winterperiode werkt de droogte van 2018 door in 2019.

De Hoge Zandgronden-Zuid en -Oost willen lessen trekken uit de droogte van 2018, om te komen tot een klimaatrobuuste inrichting van de omgeving en duurzaam watergebruik. Er lopen verschillende studies die helderheid gaan geven over de financiële en maatschappelijke impact en het handelingsperspectief. De (onherstelbare) schade aan natte terrestrische natuur wordt waarschijnlijk pas over één of enkele jaren duidelijk.

De partijen op de Hoge Zandgronden gaan aan de slag met de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte en continueren de strategie om zoveel mogelijk water te conserveren. Dat vraagt om een klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem. Dat is een systeem waarin grondwateraanvulling voor zoetwatervoorziening en waterafvoer ter voorkoming van wateroverlast met elkaar in balans zijn. Om tot een klimaatrobuust systeem te komen, is het ook nodig bij de toekenning van functies rekening te houden met een veranderend klimaat, teeltkeuzes aan te passen en perceelmaatregelen bij grondeigenaren te treffen. Dat vraagt een integrale gebiedsgerichte aanpak, afstemming met ruimtelijke adaptatie en samenwerking met stakeholders. Verder zijn onder meer in de Centrale Slenk in Noord-Brabant en Limburg mogelijk extra maatregelen nodig om de grondwatervoorraad in stand te houden en wordt nagegaan of de wateraanvoer via de Noordervaart verder moet toenemen tot 6,1 m3 per seconde.

Neerslagtekort tijdens groeiseizoen 2018.
Figuur 10 Neerslagtekort tijdens groeiseizoen 2018.
Zoetwatermaatregelen

De zoetwatermaatregelen voor Hoge Zandgronden-Oost en -Zuid zijn veelal onderdeel van programma’s van partners en dienen ook andere doelen dan het zoetwaterdoel. Veel projecten zijn in uitvoering of al afgerond. De uitvoering vraagt om samenwerking tussen medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. In totaal zijn in Zuid en Oost meer dan 300 projecten en clusters van projecten gestart. De regio’s inventariseren en berekenen nu hoe groot de waterwinst/waterbesparing is die deze projecten opleveren. Verder wordt uitvoering gegeven aan de regionale kennisagenda (waaronder ook het onderzoeksprogramma Lumbricus) en is een regionale doorvertaling gemaakt van de veranderingen in de KNMI-scenario’s en nationale knelpuntenanalyse.

In Hoge Zandgronden-Zuid wordt 20% van het totale budget voor het werkprogramma aangewend voor de nieuwkomersregeling. Onder nieuwkomers worden partijen verstaan die geen deel uitmaken van de bestuursovereenkomst zoetwater. In 2018 is het volledige gereserveerde bedrag voor nieuwkomers door de provincies beschikt. Het animo bleek dusdanig groot dat een tiental gemeentelijke projecten niet kon worden gehonoreerd door een tekort aan budget.

De regeling stimuleert stakeholders om een (pro)actieve rol te pakken. Dit heeft geleid tot gezamenlijke initiatieven van overheden én stakeholders. Voorbeelden van projecten zijn de herinrichting van het Geleenbeekdal, de realisatie van een voedselbos in St. Michielsgestel, het hergebruiken van spoelwater van bierbrouwers door agrariërs en de aanleg van peilgestuurde drainage. De projecten dragen onder meer bij aan zuinig watergebruik en klimaatrobuustheid van de regio. Een ander concreet resultaat is het Deltaplan waterbesparing van Brabant Water. Dit plan bevat afspraken tussen de provincie Noord-Brabant en Brabant Water en is erop gericht om de groei van de (drink)watervraag terug te dringen en de inzet van drinkwater voor laagwaardige toepassingen te beperken.

Ook het werkprogramma Oost ligt op koers. De voortgang in 2018 bevestigt opnieuw dat de betrokken partijen hun toezegging in het regionaal bod ruimschoots waarmaken. Een aantal maatregelen en Deltafondsmiddelen verschuift naar andere partijen (binnen de ondertekenaars van de Bestuursovereenkomst Zoetwater, waaronder terreinbeherende organisaties). Natuurmonumenten neemt bijvoorbeeld minder maatregelen dan in 2015 was voorzien, Landschap Overijssel juist veel meer. In de regio’s Oost en Zuid nemen diverse partners meer zoetwatermaatregelen dan is toegezegd in het regionaal bod. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat ze in goed overleg met de partners in het Bestuurlijk Platform Zoetwater een bedrag van € 7 miljoen beschikbaar heeft gesteld uit het Deltafonds (binnen de gealloceerde middelen van het Deltaprogramma Zoetwater), onder meer voor urgente projecten op de Hoge Zandgronden.

 

Ruimtelijke adaptatie Hoge Zandgronden-Oost

Zeker na de droogte van afgelopen jaar is de beschikbaarheid van water een belangrijk onderwerp in het gebied Hoge Zandgronden-Oost. Bij de uitvoering van de risicodialoog wordt op dit punt dan ook nauw samengewerkt met het Deltaprogramma Zoetwater Oost-Nederland (ZON).

Door hoogteverschillen zijn veel plaatsen in Hoge Zandgronden-Oost kwetsbaar voor hoosbuien. In diverse gemeenten is dit een onderwerp tijdens de risicodialoog. Door mee te koppelen met ruimtelijke ontwikkelingen of ruimtelijke projecten kunnen deze kwetsbare plekken worden aangepakt.

Enkele gemeenten verwachten in de zomer 2019 adaptatiestrategieën te kunnen vaststellen of een concept te hebben. De provincie Overijssel heeft een Regionaal Adaptatieplan opgesteld. In Hoge Zandgronden-Oost is de Climate Campus opgericht. Dit is een netwerk van onderwijs, bewoners, onderzoek, ondernemers en overheden. Het doel is de regio IJssel-Vechtdelta/Zwolle weerbaar te maken tegen klimaatverandering en klimaatadaptatie als kans te benutten.

Ruimtelijke adaptatie RBOMaas/Hoge Zandgronden-Zuid

In alle werkregio’s zijn stresstesten beschikbaar die op een aantal plaatsen verder worden uitgediept, zodat de kwetsbaarheden voor de vier klimaatthema’s beter in beeld komen. Ook de beide provincies doen stresstesten, onder meer gericht op de kwetsbaarheid van de infrastructuur.
Er zijn klimaatkaarten in voorbereiding (Hart van Brabant) of beschikbaar (Mergelland en de Meierij/regio Noordoost Brabant). Deze dienen als onderlegger bij het uitvoeren van een risicodialoog. Ook kunnen de klimaatkaarten worden gebruikt bij de afstemming met de regionale energiestrategie, op weg naar omgevingsvisies en omgevingsplannen.

Het (vaak regionaal) voorbereiden van risicodialogen is in gang gezet, maar nog niet overal afgerond. Een voorbeeld van zo’n voorbereiding is de gebiedsontwikkeling Zitterd Climateproof, waarin een beekherstelplan voor Sittard wordt aangevuld met klimaatadaptatie, erfgoed en cultuurhistorie, afvalwaterplannen in het gebied, en de fietsbereikbaarheid van de historische binnenstad. In het ontwikkelproces worden meerdere partijen en doelen met elkaar verbonden. In 2019 is gestart met de uitvoering van de eerste fase.

Vooruitlopend op de regionale invulling die in 2020 aan het verankeren van beleid wordt gegeven, is het gebiedsoverleg Zuid-Nederland gestart met het opstellen van een concept-adaptatiestrategie. Ook is een proces gestart om het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland (UPZN 1.0) te ontwikkelen tot een versie 2.0 in 2020.

7.8.2 Mogelijke aanpassing deltabeslissing en voorkeursstrategie

Er is momenteel geen reden om de strategie of maatregelen bij te stellen.

7.8.3 Integrale aanpak

Integraal werken aan zoetwater is standaard op de Hoge Zandgronden. Zo vinden combinaties plaats met de verschillende kwaliteits- en kwantiteitsdoelen voor (grond)water, de inrichting van een robuust watersysteem, verschillende aspecten van klimaatverandering en andere belangen van gebruikers. Voorbeelden zijn de Marswetering in het gebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta en het bekenplan Apeldoorn, waar Waterschap Vallei en Veluwe en gemeente Apeldoorn samenwerken aan het herstel en opnieuw benutten van veertien beken in de stad. Deze aanpak sluit ook bij de Delta-aanpak waterkwaliteit en zoetwater.

De zoetwaterregio’s Zuid en Oost zoeken aansluiting bij de stresstesten die gemeenten uitvoeren voor ruimtelijke adaptatie en werken zo aan integrale oplossingen in het stedelijk gebied. Zo hebben de gemeente Zutphen en Waterschap Rijn en IJssel een gezamenlijke klimaatprogramma opgesteld: ‘Zutphen, een prettig klimaat’. Hiermee gaan het waterschap en de gemeente samen met de omgeving aan concrete oplossingen werken en ervaring opbouwen met klimaatadaptatie.

Blauwe poort, Waterhouderij Laarbeek

De Blauwe Poort langs de N279 is een waterberging en ‘waterhouderij’. De Blauwe Poort dient als buffer voor de zoetwatervoorziening in droge tijden en is ook in te zetten als waterberging in natte tijden. Door verschillende gebiedsopgaven te combineren - natuur, uitbreiding bedrijventerrein, waterbeheer, cultuurhistorie en recreatie - is een nieuw icoon in het landschap ontstaan, als poort naar de Peel.

Klimaatrobuust beeklandschap Zundert

Gemeente Zundert, provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta en de dorpsraden van Achtmaal, Wernhout en Klein Zundert hebben in 2018 een samenwerkingsovereenkomst voor een vitaal buitengebied getekend. In 2019 werken ze verder aan een toekomstbestendig buitengebied van Zundert. Het gaat om een integrale aanpak van agrarische leegstand, vergrijzing, klimaatverandering en een omschakeling naar duurzame energie en landbouw. Dat gebeurt op drie manieren:

  • de gemeenschap in beweging brengen om samen aan de slag te gaan, bijvoorbeeld met leegstaande agrarische gebouwen;
  • een gezamenlijk nieuw perspectief voor het buitengebied voor toekomstig beleid maken, zoals de omgevingsvisie en het waterbeheerprogramma;
  • in een lerende aanpak ontdekken hoe nieuwe manieren van samenwerking tot stand kunnen komen, tussen bewoners, ondernemers, organisaties en overheden.

Training en handboek Beken en erfgoed

Vanaf 2019 organiseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met STOWA en de Erfgoedacademie trainingen over beekdalen en integraal waterbeheer. Verdrogingsbestrijding, waterberging en natuurherstel zijn belangrijke ruimtelijke opgaven waar de waterschappen al geruime tijd aan werken. Bij het zoeken naar oplossingen voor deze opgaven is het maken van een goede integrale analyse een belangrijke eerste stap. Gegevens over bodem, ondergrond, water, ecologie en de genese van het landschap en het gebruik door de mens worden samen gebracht. Bij de training worden de instrumenten en methoden uit het handboek Beken en Erfgoed, beeklandschappen met karakter* gebruikt om te komen tot een zogenoemde ‘landschapsbiografie’. De kennis en kwaliteiten van het landschap die hieruit naar voren komen, zijn in te zetten als ontwikkelkracht bij beekherstelprojecten. Door begrip van de veranderingen die landschap en water in het verleden hebben ondergaan door toedoen van de natuurlijke gesteldheid en/of door ingrijpen door de mens, wordt de nauwe relatie tussen de bodem, de diepere ondergrond en het watersysteem duidelijk. Dat begrip kan in combinatie met een participatieve aanpak en een samenbundeling van (water)opgaven van de verschillende partners en betrokkenen, uiteindelijk veel voordeel opleveren en zorgen voor een betere betrokkenheid van nieuwe partners en draagvlak creëren in de omgeving.

7.8.4 Participatie

Samenwerking met gebruikers was een van de centrale onderwerpen op de startbijeenkomsten voor Oost en voor Zuid. Tijdens de startbijeenkomsten blikten de deelnemers vooruit naar de periode van uitvoering en presenteerden maatschappelijke partijen en organisaties ideeën op een kennismarkt, zoals groenblauwe schoolpleinen, peilgestuurde drainage en alternatieve teelten in de landbouw. De dialoog met grondeigenaren en andere stakeholders vindt plaats tijdens de uitvoering van projecten.

Regio Oost

In 2018 heeft de participatie in de regio Oost een impuls gekregen, doordat waterschappen en provincies het initiatief namen om de uitvoering van projecten van terreinbeheerders te versnellen. De werkgroep ZON is in 2018 uitgebreid met een vertegenwoordiger van de gezamenlijke terreinbeherende organisaties; in 2017 had zich al een vertegenwoordiger van de land- en tuinbouwsector aangesloten.

Ook de samenwerking met gemeenten is geïntensiveerd. Zo is in 2018 een werkgroep aan de slag gegaan die het maatregelenprogramma voor de tweede fase van het Deltaplan Zoetwater op de Hoge Zandgronden invulling geeft. Hieraan doen gemeenten en ook woningbouwcorporaties mee. De regio Oost draagt ook bij aan het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Zo verzamelt de regio Oost informatie over droogte die gemeenten kunnen gebruiken bij de stresstesten.

Op 22 november 2018 heeft zoetwaterregio Oost het symposium ‘ZON en de verbinding met Ruimtelijke adaptatie’ georganiseerd. Dit symposium markeerde de start van de tweede fase van het Deltaplan Zoetwater, dat nauw zal aansluiten bij het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.

Regio Zuid

In de regio Zuid is de projectgroep Deltaplan Hoge Zandgronden (DHZ) actief. Hierin denken gebruikers mee over de uitvoering van onder meer zoetwatermaatregelen. De gebruikers nemen deel aan de Stuurgroep Maas (RBOM-DHZ). Deze stuurgroep heeft ook ruimtelijke adaptatie op de agenda staan. Dat heeft eraan bijgedragen dat gemeenten nu ook beter zijn aangehaakt bij de zoetwateropgave.